Waarom ik het zo lang laten aanslepen heb, weet ik niet, maar het
resultaat is nu dat ik mijn verhalen van 2 maanden in één blogbericht moet
samenvatten. Hoe ik dat ga doen, weet ik ook niet, want het zijn er zo veel! Ik
denk dat ik mijn projecten gewoon in het algemeen ga overlopen zodat jullie
toch een beeld van wat ik hier doe. Niet "Erasmus 2.0" zoals ik van
sommige vrienden hoor! Ik werk hier wel degelijk, maar daar zijn gewoon
"toevallig" geen foto's van.
Na 4 weken Spaans les in San José was ik helemaal klaar om de natuur in
te trekken en San José voor een tijdje te verlaten, want laten we eerlijk zijn,
het is echt een lelijke stad! Mijn eerste project was in Bahia de los Piratas (
inderdaad, de piratenbaai) in de provincie Guanacaste. Ik heb later mijn
projectleider gevraagd vanwaar de naam kwam, maar het antwoord was
teleurstellend. De Spanjaarden hebben de naam gewoon verzonnen. Na 4 uur bus
kwam ik aan in the middle of nowhere, waarna ik met een bus nog verder
weggebracht werd. Uiteindelijk draaiden we een berg met allerlei
vakantiehuisjes op en bleek dat het huisje helemaal op de top, het huis van het
project was. Doordat het een vakantiehuis was, was het dus redelijk luxueus.
Daarmee bedoel ik hier: 4 muren en een dak, een terras en een goede douche. De
zee was gewoon onderaan de berg. Bij het binnenkomen werd ik direct voorgesteld
aan de andere vrijwilligers. Bleken het allemaal Duitse meisjes te zijn. Mijn
eerste gedachte was, oei, dat gaat nog iets geven. Wat uiteindelijk ook
werkelijkheid geworden is, maar gelukkig pas toen ik al lang weg was van het
project. Wat een van de oorzaken was, was, geloof het of niet, het oeroude
principe van gebrek aan eten. Na mij zijn er steeds meer mensen bijgekomen en
de hoeveelheid eten dat er werd gemaakt door de kokkin steeg niet mee. Een
korte bespreking met de projectleiders zorgde ervoor dat we slechts voor een
paar dagen meer eten hadden, maar een echte oplossing was het niet. Hongerig
waren we echter heel de dag. Er waren namelijk 3 shifts. Als je die van 6u had
dan moest je om kwart voor 6 opstaan en zonder ontbijt 7km naar de stranden
lopen die we bestudeerden en er de temperaturen van de nesten met schildpaddeneieren
meten. 2u later kwam je dan kapot terug en trof je dan de andere vrijwilligers
smikkelend aan. Het meeste eten was dan al op en dan kon je alleen maar hopen
dat de kokkin meer ging maken. Wie de shift smorgens had, had dan ook de
nachtpatrouille. Wie de middagshift (1pm), die moest in de blakende zon
dezelfde afstand afleggen en weer de temperaturen meten. Het werk was dus
vooral statitisch gericht. Bij nachtpatrouille vertrok je na het eten en kwam
je vaak pas na middernacht terug. Samen met de projectleiders liep je in het
donker met zaklamp naar de stranden, daar was het licht uit (want dan komen de
schildpadden niet) en dan maar op en af lopen en wachten op een schildpad. Als
je geluk had, dan kon je bij zo’n 3 schildpadden per nacht de eieren wegnemen
en ze herlocaliseren. Op die manier vinden de roofdieren de eieren niet zo
snel. Elke schildpad legt tussen de 80 en 120 eieren. Grappig genoeg lijken het
net ping pong balletjes. Ze hebben ook precies dezelfde kleine deukjes. Ik heb
vooral met de middelgrote green/black turtle gewerkt en de kleine Lora. De
gigantische Leatherback heb ik jammer genoeg niet gezien.
We liepen elke dag dus serieus wat kilometers, na 2 weken was ik ook
verbaasd dat mijn broek zo klein geworden was. Toen ik eens toevallig mijn
benen opspande voelde ik ineens dat ik echt veel spieren had gekregen. Tussen
de shiften door konden we ook gewoon op het strand liggen en boeken lezen enzo,
dus dat was wel fijn. Maar naar het einde van mijn twee weken toe, begonnen er
steeds meer problemen met de hoofdprojectleider te komen. Hij was zo een beetje
het grommelige type en we denken allemaal dat hij al die vrijwilligers gewoon
niet aankon. Vooral dan omdat het op het einde 10 meisjes waren. Doordat het zo
een klein beetje “war” was op het einde is de groep vrijwilligers wel erg naar
mekaar toegegroeid en na twee weken afscheid nemen was überhaupt niet fijn.
Maar zoals ik nadien hoorde, ben ik net op het juiste moment weggegaan. Hij
heeft erna gewoon 4 mensen buitengesmeten na 1 dag. Tof hé?
Anyway, mijn reis ging verder naar onder, naar het schiereiland Nicoya. Daar in Montezuma ging ik weer twee weken met schildpadden werken, maar dit keer met baby schildpadjes. In het “kuststadje” kwam Kaija (haar had ik al in Leipzig leren kennen) mij ophalen en ging we met pak en zak naar het project, op 30 min wandelafstand. Na 30 minuten kwam ik daar zwetend als een waterval toe op het project. Het was al 5pm, dus donker en het project heeft geen elektriciteit. Ik stond al direct op voor de nachtpatrouille, dus was het in het donker op de tast mijn zaklamp zoeken en mij voorbereiden om het strand af te lopen op zoek naar schildpadden. Als we dan schildpadden vonden, dan namen we de eieren en brachten we ze naar de “hatchery” in het midden van ons strand. Jaja, ons strand, want het huis van het project lag aan de zijkant van het strand en de hatchery in het midden. ’s Ochtends stonden we vroeg op (je had geen keus want het huis was open, dus het licht kwam overal binnen) en na het ontbijt werkten we in de jungle aan de paden of in de wijngaard die eraan verbonden was. Overdag had je dan vaak een shift in de hatchery en moest je toeristen info geven en op de nesten passen. De hatchery was echter op het strand en was uitgerust met een hangmatten. Een echte chillplek dus. ’s Nachts had je ofwel nachtpatrouille ofwel een nachtshift in de hatchery. Met twee was dat nog te doen, maar alleen was het echt eng. Je zit daar dan in de donker alleen in dat hutje en je hoort overal geluiden uit de jungle. Je mag ook niet in slaap vallen hoewel je soms shift had van 1 am tot 4 am. Kwestie van doorbijten. De meesten komen ook s’nachts uit, dus je moet waakzaam zijn. Het verschil met het vorig project was wel immens, want de projectleiders hier waren gewoon supertoffe en enorm gemotiveerde mensen. Ik werkte echt graag mét en voor hen. Om 6pm aten we dan zoals altijd rijst met bonen (maar dat kon niet deren) en bij kaarslicht of het weinige licht van de zonnecel speelden we daarna dan kaart. Nadien gingen we dan om 7pm al slapen. Echt leven op het ritme van de zon, dat vond ik zalig. Geen tv, geen laptop, niks. Je viel dan in slaap, met op de achtergrond de geluiden van de jungle. Deze jungle had wel zijn invloed op mijn dromen, want gedurende deze twee weken werd ik bijna elke nacht roepend wakker. Meestal riep ik dan “snake/serpiente” en de laatste nacht was dat zelfs krokodil (hoewel er geen krokodillen in de buurt zijn…). Raar maar waar! Je kan je misschien dan wel voorstellen dat ik na twee weken uitgeput was. Toen ik terug in San José was kon ik voor het eerst in 4 weken een warme douche nemen om erna lekker warm uren te slapen. Ohja, ik vergeet bijna te vertellen dat ik weldegelijk een slang gezien heb. Tijdens het werk in wijngaard wou ik even water gaan halen bij de eerste rij onderaan. Tijdens het naar onder lopen zag ik vanuit mijn ooghoeken ineens een slangvormig ding en mijn hersenen hadden maar enkele seconden nodig om te beseffen dat ze mijn benen moesten laten lopen en dat heb ik ook gedaan, de halve wijngaard door. De anderen boven riepen dus: Sofie? What’s going on? En ik: “Snake! Snake!” “Are you okay?”…… “What kind of snake was it?”. Dit laatste kan je natuurlijk van biologen verwachten. Ik had daar dus geen idee van, maar wist wel dat het een redelijk grote was geweest. Zij gingen dus op zoek naar de slang. Ik wou eerst niet mee, maar mijn nieuwsgierigheid won toch van mijn broekschijter inside. Bleek het uiteindelijk een gewonde boa constrictor te zijn. Die is bruin met zwarte diamanten, voila, dan weet je dat ook weeral. Vreemd genoeg, waren mijn snake-nachtmerries hierna voorbij. Bovendien heb ik op dat project mijn zwaarste onweer ooit meegemaakt. Net na het avondeten zaten we bij kaarslicht nog wat te kaarten toen het begon te bliksemen en donderen. Deze twee waren echter direct na mekaar en al snel hoorden we de eerste inslag naast ons, achter ons en plots krak, boem en vlammen voor de ingang van ons project. Wij allemaal aan het gillen, en ja ook de mannen(!). Ja, waar schuil je in het midden van de jungle in een open huis? Gelukkig bleef de hoofdprojectleider heel kalm en zei dat als het regende het direct voorbij zou zijn en inderdaad na 5 minuten was het gedaan. Toch, het liefst was ik onder de tafel gekropen.
Anyway, mijn reis ging verder naar onder, naar het schiereiland Nicoya. Daar in Montezuma ging ik weer twee weken met schildpadden werken, maar dit keer met baby schildpadjes. In het “kuststadje” kwam Kaija (haar had ik al in Leipzig leren kennen) mij ophalen en ging we met pak en zak naar het project, op 30 min wandelafstand. Na 30 minuten kwam ik daar zwetend als een waterval toe op het project. Het was al 5pm, dus donker en het project heeft geen elektriciteit. Ik stond al direct op voor de nachtpatrouille, dus was het in het donker op de tast mijn zaklamp zoeken en mij voorbereiden om het strand af te lopen op zoek naar schildpadden. Als we dan schildpadden vonden, dan namen we de eieren en brachten we ze naar de “hatchery” in het midden van ons strand. Jaja, ons strand, want het huis van het project lag aan de zijkant van het strand en de hatchery in het midden. ’s Ochtends stonden we vroeg op (je had geen keus want het huis was open, dus het licht kwam overal binnen) en na het ontbijt werkten we in de jungle aan de paden of in de wijngaard die eraan verbonden was. Overdag had je dan vaak een shift in de hatchery en moest je toeristen info geven en op de nesten passen. De hatchery was echter op het strand en was uitgerust met een hangmatten. Een echte chillplek dus. ’s Nachts had je ofwel nachtpatrouille ofwel een nachtshift in de hatchery. Met twee was dat nog te doen, maar alleen was het echt eng. Je zit daar dan in de donker alleen in dat hutje en je hoort overal geluiden uit de jungle. Je mag ook niet in slaap vallen hoewel je soms shift had van 1 am tot 4 am. Kwestie van doorbijten. De meesten komen ook s’nachts uit, dus je moet waakzaam zijn. Het verschil met het vorig project was wel immens, want de projectleiders hier waren gewoon supertoffe en enorm gemotiveerde mensen. Ik werkte echt graag mét en voor hen. Om 6pm aten we dan zoals altijd rijst met bonen (maar dat kon niet deren) en bij kaarslicht of het weinige licht van de zonnecel speelden we daarna dan kaart. Nadien gingen we dan om 7pm al slapen. Echt leven op het ritme van de zon, dat vond ik zalig. Geen tv, geen laptop, niks. Je viel dan in slaap, met op de achtergrond de geluiden van de jungle. Deze jungle had wel zijn invloed op mijn dromen, want gedurende deze twee weken werd ik bijna elke nacht roepend wakker. Meestal riep ik dan “snake/serpiente” en de laatste nacht was dat zelfs krokodil (hoewel er geen krokodillen in de buurt zijn…). Raar maar waar! Je kan je misschien dan wel voorstellen dat ik na twee weken uitgeput was. Toen ik terug in San José was kon ik voor het eerst in 4 weken een warme douche nemen om erna lekker warm uren te slapen. Ohja, ik vergeet bijna te vertellen dat ik weldegelijk een slang gezien heb. Tijdens het werk in wijngaard wou ik even water gaan halen bij de eerste rij onderaan. Tijdens het naar onder lopen zag ik vanuit mijn ooghoeken ineens een slangvormig ding en mijn hersenen hadden maar enkele seconden nodig om te beseffen dat ze mijn benen moesten laten lopen en dat heb ik ook gedaan, de halve wijngaard door. De anderen boven riepen dus: Sofie? What’s going on? En ik: “Snake! Snake!” “Are you okay?”…… “What kind of snake was it?”. Dit laatste kan je natuurlijk van biologen verwachten. Ik had daar dus geen idee van, maar wist wel dat het een redelijk grote was geweest. Zij gingen dus op zoek naar de slang. Ik wou eerst niet mee, maar mijn nieuwsgierigheid won toch van mijn broekschijter inside. Bleek het uiteindelijk een gewonde boa constrictor te zijn. Die is bruin met zwarte diamanten, voila, dan weet je dat ook weeral. Vreemd genoeg, waren mijn snake-nachtmerries hierna voorbij. Bovendien heb ik op dat project mijn zwaarste onweer ooit meegemaakt. Net na het avondeten zaten we bij kaarslicht nog wat te kaarten toen het begon te bliksemen en donderen. Deze twee waren echter direct na mekaar en al snel hoorden we de eerste inslag naast ons, achter ons en plots krak, boem en vlammen voor de ingang van ons project. Wij allemaal aan het gillen, en ja ook de mannen(!). Ja, waar schuil je in het midden van de jungle in een open huis? Gelukkig bleef de hoofdprojectleider heel kalm en zei dat als het regende het direct voorbij zou zijn en inderdaad na 5 minuten was het gedaan. Toch, het liefst was ik onder de tafel gekropen.
Na een verkwikkend weekend in San José ging het dan voor het eerst
richting het noorden van het land, naar Chilamate in Sarapiqui. Een iniminie
dorp tussen de bananenplantages, met de Sarapiqui-rivier die ertussendoor
stroomt. Echt boerenbuiten dus. Ik werd opgehaald door de directeur van het
project, Jenny, en al snel werd duidelijk dat ik geen echte taken had. Ik was
namelijk de eerste vrijwilliger sinds juli. Allz tof, dacht ik dan. Toen ik
kennismaakte met mijn gezin voor twee weken veranderde dat gevoel even, want
die mensen waren zo ongelofelijk lief en gastvrij. Ze spraken wel enkel Spaans,
waardoor ik mijn Spaans ineens in sneltempo moest verbeteren. Hoewel ze zeiden
dat ik al “bastante” sprak. Niet genoeg voor mij natuurlijk! Op het project dat
op 10 minuten lopen van mijn huis was, moest ik telkens van 9am tot 5pm zijn.
Dit hing echter na 2 dagen mijn botten uit, omdat ik gewoon activiteiten moest
voorbereiden voor het komende jaar. Ik zat dus heel de dag voor de computer.
Het was een Learning Center waar kinderen konden komen lezen of de computer
gebruiken. In de zomer organiseerden ze dan vaak kampen, maar niet in de
periode dat ik daar was. Na een babbel met de directeur was het goed dat ik
maar tot 2pm werkte en dan van de omgeving kon genieten of mijn mama kon helpen
in het huishouden. Aan het project was een hotel verbonden met een
buitenzwembad. Na een paar dagen vond ik zo mijn draai en ging ik van 8am tot
9am zwemmen, dan naar het project en namiddag hielp ik dan waar ik kon, thuis
of toch nog op het project. Uiteindelijk heb ik bijna heel de Engelstalig
bibliotheek hergeorganiseerd. Niemand leest die echter, want ze kunnen hier
bijna geen Engels. Het leven was echter nooit saai. Na een week vertrok een van
mijn c-workers en mijn mama ging een feestje organiseren. Vééél eten en ook de
nodige alcohol, zoals het moet, zal ze gedacht hebben. Mijn tico broer volgde
dansles en heeft mij ook weer aan het dansen gekregen. Na 2 weken was ik echt
goed weg met de bacchata en salsa. Jammer genoeg vergeet je dat zo snel. Mijn
mama was tijdens feestjes (jaja, ik heb ook mijn afscheidsfeestje gekregen) ons
altijd aan het aansporen om te dansen, waarbij ze mij ook altijd tips gaf om
het te perfectioneren. Zoals haar dansen lukt denk ik enkel met latinabloed.
Het weekend had ik helemaal vrij en daarvan heb ik gretig gebruik gemaakt door
een raftingtour te boeken. Door mijn project kreeg ik ook nog eens een fikse
korting. Toevallig zat ik in de boot met nog twee Vlamingen en dan natuurlijk
de leider van de raft. Nadien zeiden de Vlamingen nog: Ocharme meiske, gij hebt
er goed van langs gekregen. En ja, inderdaad. De leider heeft mij 2 keer in het
water geduwd tussen twee stroomversnellingen in, zat constant water op mij te
splashen en heeft mij kunnen overtuigen om één keer een stroomversnelling uit
de boot naar beneden te dobberen. Van al dat water en jezelf terug in de raft te
trekken was ik echt doodop na die tocht. Maar wow, wat een ervaring! Ook die
twee weken waren snel voorbij. Weer afscheidnemen. Maar voor ik ging moest ik
van mijn mama nog één van haar kippen doden. Ze zei dat dat een traditie was en
dat elke vrijwilliger dat moest doen voor hij/zij ging. Ik hield echter bij
hoog en laag vol dat ik dat niet ging doen. Toevallig heb ik mij dan op de dag
dat ze dat ging doen overslapen, waardoor ze het zonder mij gedaan heeft. Hmm,
vond ik totaaaaaaaaaal niet erg. Kippendoden is mijn ding zo niet. But, no hard
feelings. Ik was altijd hartelijk welkom als ik terug op bezoek wou komen. Ja,
op die twee weken had mijn familie redelijk goed leren kennen en ook de buren
zeiden al goeiedag als ze mij tegenkwamen. Dus dat dorpje zal toch altijd iets
speciaals blijven voor mij. Maar niet getreurd, want er wachtte mij een week
Nicaragua met Kaija. Dat is echter voor mijn volgende blog. Dan vertel ik iets
meer over mijn kleine cultuurshock in Sarapiqui en het machogedrag van de
mannen hier.
Dit zijn mijn 6 weken project. 3 totaal verschillende projecten, met 3
totaal verschillende ervaringen. Sommigen verklaarden mij zot toen ik zei dat
ik ging werken en er nog voor ging betalen ook, maar wat ik op die 6 weken
geleerd heb, is ONBETAALBAAR. Het is maar dat je het weet.
Mijn periode in Costa Rica zit er bijna op, ik heb nog 2 weken om vrij te reizen. Aangezien ik eigenlijk al bijna heel het land gezien heb ik besloten nog een extra week in één van mijn projecten te doen. Rara, welk zou dat zijn?
Mijn periode in Costa Rica zit er bijna op, ik heb nog 2 weken om vrij te reizen. Aangezien ik eigenlijk al bijna heel het land gezien heb ik besloten nog een extra week in één van mijn projecten te doen. Rara, welk zou dat zijn?