zondag 16 maart 2014

Wat als mannen nu ook eens maandstonden hadden?

Mijn vorige blog eindigde in het Amazonegebied en dat is ook waar ik nu terug ga  met mijn verhaal. Echt in het diepe oerwoud zijn we niet geraakt, omdat je daar tenminste 10u voor op de bus moet zitten. Maar in Tena, na een korte tussenstop in de thermale baden van Pappallacta, hebben Marjon en ik dan toch kennis kunnen maken met de jungle. Na lang twijfelen en en veel bevragingen heb ik besloten geen malariapillen te nemen. De gids zei dat dat niet nodig was en dat veel malariapillen bijwerkingen hebben en dat ik ervan kan gaan beginnen hallucineren en dat is natuurlijk ook weer niet de bedoeling in het midden van de jungle. Dieren hebben we jammer genoeg niet gezien, maar we hebben wel mieren gegeten die door hun zuur naar citroen smaakten en bloemen die naar lemonade smaakten. Dus culinair gezien was het wel interessant. Ook was er geen echt pad, dus het was een kwestie van de gids goed te volgen. Tot hij op het laatste zelf zijn weg niet meer vond. Ik hoorde zo iets van “Yo me perdi”… Euh perdon? Gelukkig raakten we aan het water en is daar een kano ons komen ophalen. Daarna hebben Marjon en ik ter verkoeling nog een beetje in de río geplonst en daarna hebben we een lokale familie bezocht. Daar hebben we yucca geplant (een soort wortel die naar aardappel smaakt) en hebben we samen cacoabonen geroosterd, gepeld en gemalen. De gids bleef maar zagen over het feit dat de Ecuadoriaanse chocolade veel beter is dan de Belgische en dat wij dat maar moesten toegeven. Echt, de mannen hier! Na het proberen van de bittere, pure chocolade pasta hebben we gezegd dat het lekker was, maar eigenlijk dachten we allebei aan de lekkere Belgische melkchocolade. Daarna ging de vrouw ineens met een grote kom naar de rivier, kapte er stenen en aarde in en begon precies die stenen te wassen. Wij hadden geen idee wat die aan het doen was. Na 5 minuten verscheen er echter gouddeeltjes onderaan de kom tussen de stenen. Dat is dus wat John Smith zocht in Pocahontas! Jammer genoeg moet je al serieus wat grammetjes verzamelen per dag om je brood ermee te kunnen verdienen. Om je een idee te geven, na serieus wat wasarbeid lag er goud ter grootte van een speldenkop onderaan de kom. Na een vermoeiende dag was een koude douche zeer welkom om daarna de dag te eindigen met een reuzepizza en Spaanse soaps (die kunnen hier echt niet acteren).

De volgende dag was het tijd om terug te keren naar Quito, want de dag erna begon het nieuwe project van Marjon en mij. Het heette Ñeque más ñeque en lag meer uit het centrum. Kinderen uit dit stadsdeel zijn armer en om te vermijden dat de kinderen na school, en die is hier ’s middags al gedaan, helemaal alleen thuis zijn, kunnen ze naar het project komen voor hulp met hun huiswerk en spelletjes. Toen we binnenkwamen was het voor mij al direct een wereld van verschil met het andere project. De kinderen waren aan het zwaaien en waren benieuwd naar de nieuwe vrijwiligers. Toen moesten we ons voorstellen en mochten ze vragen stellen. “Wat is je lievelingskleur?”, “Wat is je lievelingssport?”… Hoewel we ons gewoon moesten voorstellen en dan naar huis mochten, zijn we toch gebleven om met de kinderen te spelen. Ik zou tenslotte maar een week in het project werken. Het zou voor mij één van de beste weken in Quito worden. Marjon werkte beneden in het gebouw met de kleintjes, ik werkte boven met Narcissa, de professora, en de groten tot 12 jaar. Narcissa vroeg mij zelf een paar activiteiten te organiseren en ik heb gekozen om vriendschapsbandjes te maken en samen met Marjon pannekoeken te bakken. Dat laatste was een heel avontuur, omdat we eerst de juiste hoeveelheden moesten hebben voor 50 kinderen en dan het bakken zelf, dat ging ook niet van een leien dakje met maar één anti-kleefpan. Gelukkig vonden ze het wel heel lekker, vooral de kleintjes kwamen zagen voor meer, en dat is nog zacht uitgedrukt. 

Na deze week zou ik dan voor 6 weken naar de kust gaan om daar Engels te geven in een schooltje. In deze laatste week kreeg ik echter te horen dat van de 6 weken, de kinderen 5 weken vakantie hebben. Je kan je wel voorstellen hoe kwaad ik was op de organisatie. Ik heb dan ook gezegd dat ze het maar moesten oplossen en mij opties moesten geven. Claudia (de projectverantwoordelijke) vertelde mij dan dat er wel kinderen zouden zijn die bijlessen Engels nodig hadden. Okay dan, maar als er geen na een week geen kinderen geen lessen meer nodig hebben, dan kunt ge regelen dat ik naar Yasuni (een project in de Amazone) kan. Ik kom op maandag aan in Canoa en wordt al direct rondgeleid door de directeur van het de school (ook de ex-man van de mama waar ik bijwoon) en één van de eerste dingen die hij zegt is: “Waarom kom je eigenlijk voor een week?”. Ik was zoooooo kwaad en het zooo beu. Een beetje later op die dag belde Claudia mij “Alles gooooed?” Euh NEE! Er zijn geen bijlessen. Er is hier na deze week niks te doen voor mij. En ze wou mij niet geloven. Ik zei dus dat ze zelf maar naar de directeur moest bellen. Bleek dat ze nog nooit naar de directeur gebeld had, altijd naar mijn mama hier, maar die weet natuurlijk niet wat er in de school gebeurt. Uiteindelijk na veel heen en weer gebel en een praatje met mijn mama hier, blijkt dat ze de tegen Claudia gezegd had, dat ik wel les kon geven aan een paar mensen die zij kent, die in hostels werken en dat kon allemaal bij haar thuis. Eerst dacht ik dat er nooit iemand zou komen, maar mijn mama (Alba) garandeerde mij tenminste 3 mensen. Dus zei ik dat ik het wel eens kon proberen. DUS zo komt het dat ik nog altijd aan de kust werk.

Ondertussen is het mijn vierde week hier en de lessen vind ik echt tof. Hoewel ze wel veel voorbereiding vragen. Ik begin meestal om 10u met mijn lesvoorbereiding, ben tegen de middag klaar, dan krijg ik lunch bij mijn mama en daarna ga ik meestal naar het strand, lees of slaap een beetje. Sinds kort ben ik ook begonnen met surflessen, dus dat neemt ook tijd in beslag. Deze krijg ik van Alex. Ik geef hem Engels, hij mij surflessen. Goede deal vind ik zelf. Om 19u stipt begint mijn les en loopt tot 20u30, maar meestal loopt het uit tot 21u. Als ik dan nog niet moe ben, dan ga ik naar dé bar in town, namelijk de surf shak om nog een biertje te drinken met Mai, Alberto en vrienden. Een vrij relaxt leventje dus, maar stress kennen ze hier zowiezo niet, dus dan kan ik maar beter meedoen, totdat ik zelf moet beginnen werken. Dat zal andere koek zijn. ;)
Vorige week heeft mijn roommate Mai mijn lessen overgenomen, zodat ik nog een beetje van het land kan zien voordat ik naar Bolivië vlieg. Samen met Marjon, Leonie en Coralie ben ik voor een weekje de kust afgereisd. Een toffe week, maar ik voel mij toch nergens zo goed als in Canoa. Ik voel mij echt thuis in het huis van Alba (totaal anders dan in de familie in Quito). Ik mag de keuken gebruiken, was wassen wanneer ik wil. Ik heb hier nog 3 zusjes, ééntje van 12, ééntje van 10 en ééntje van 1,5 maand oud. Plus, ik deel de kamer met Mai. Gezellige boel dus. Voor 2,5 week langer en dan is mijn vliegtuig naar Bolivïe. Ik weet niet of ik het al verteld heb, maar ik vertrek van daaruit op een tour van 3 weken naar Lima en onderweg doen we de Inca trail en bezoeken we Cuzko en veel meer. Ik kijk er al naar uit en stiekem begin ik ook uit te kijken om terug te keren naar Europa. De mannen hier zijn zo plakkerig, bezitterig en betweterig. Ze hebben hier in het algemeen weinig respect voor vrouwen.  Veel minder dan in Costa Rica in ieder geval. Én daar kan feministische Sofie nog steeds niet tegen. Binnen 2 maanden kan ik eindelijk terug op straat rondlopen zonder dat ze mij nastaren of mij naroepen met “Preciosa, guapa, hermosa, bonita, reina…” Echt, wij hebben één woord voor mooi, zij hebben er misscien 10. Zegt genoeg mij dunkt. Soms trekken ze ook aan uwe arm. Dan krijgen ze meestal mijn middelvinger als respons. Op het strand komen ze gewoon ongegeneerd om een foto vragen met u. Én als je niet met hun wilt dansen, dan zijn ze megahard op hun tenen getrapt. Om het met Mai haar woorden te zeggen “De mannen zijn hier erger dan vrouwen tijdens hun maandstonden.”  Geef mij dus maar de Europese mannen! Dus meisjes, als jullie nog eens ruzie hebben met jullie mannen, denk dan aan wat ik net geschreven heb, wees blij dat het geen Ecuadoriaan is! ;)

Mijn oprechte excuses voor de lange blog, maar nu zijn jullie wel helemaal bij!!! Joepie!! Dus dan moet ik geen uren meer vertellen als ik terug ben. ;) Dat is op 29 APRIL, voor de geïnteresseerden. ^^

Heel veel liefs uit Canoa, Ecuador!

maandag 10 februari 2014

Het leven van een vrijwilliger: Deel 2

Het werd weer eens tijd voor een update. Misschien moet ik eerst even meer vertellen over het project waarin ik de voorbije vier weken gewerkt heb. Het project bevindt zich in één van de grootste parken van Quito, plaats genoeg dus voor de kinderen om te spelen. Het start telkens om 10u ’s morgens en dan komen de kleintjes die pas in de namiddag les hebben. Ik begin dan meestal in de keuken te werken met de kokkin Maria. Aardappelen snijden, limonade maken, …. Het is wel ongelofelijk wat Maria kan met de weinige ingrediënten die ze op het project hebben. Veel ervan komt uit het stadstuintje waar ik ook af en toe onkruid moet uittrekken. Als de kindjes hun eten gehad hebben rond de middag, help ik vaak nog even met de afwas en dan haast ik mij naar onze school waar de lessen om 13u eindigen. Als ik mijn vrienden op school wil zien, moet ik dan altijd daar zijn. Meestal gaan we dan samen iets eten en dan rond 15u moet ik terug op het project zijn om de wc’s, eetzaal en keuken te poetsen. Ik doe/deed dit alles met redelijk tot veel plezier (afhankelijk van wat de opdracht was), maar na 4 weken helpen stond ik nog steeds geen stap verder bij de kindjes. Telkens als ik iets zei, dan keken ze mij aan met een blik die niet veel aan de verbeelding overliet. Natuurlijk, het zijn kinderen uit probleemgezinnen. Kinderen met één papa, één mama of zelfs geen, die zelfs af en toe zelf op straat moeten werken en daardoor erg gehard zijn. De verhalen van de kinderen heeft de directrice mij ook nooit verteld, want dan zou ik misschien kinderen gaan voortrekken. Na vier weken wilden ze dus nog steeds niets met mij te maken hebben en waren ze zelfs onbeleefd tegen mij. Hoewel ik het helpen in de keuken niet erg vond, was het niet het werken met kinderen waarvoor ik mij had ingeschreven, dus probeerde ik op school mijn project te laten veranderen. Eerst een heleboel tegenstribbel, maar tenslotte mocht ik dan toch veranderen. Net toen dat in orde was en ik aan mijn laatste dag op het project Covi begon, zei de kokkin “ Sophia, ga jij vandaag maar met de kinderen spelen buiten”. Er was genoeg hulp in de keuken. Ik dacht “shit, hoe moet ik dit nu aanpakken?”. Ze zaten allemaal in een groepje in de eetzaal. Ik er dus naartoe en vroeg of ze buiten wilden spelen. Geen reactie. Toen kwam de kokkin en zei “kom, allemaal naar buiten”. Ik  volgde en vroeg enkele jongens of ze voetbal wilden spelen, ja dat wilden ze toch wel. Dus nam ik de bal en het heft in handen. Eenmaal in het park, vroeg ik wat ze zo op school allemaal speelden en daar begonnen ze eindelijk los te komen. Uiteindelijk hebben we “Pistooltje”, “Kruiwagen”, “de Krab” en mijn uitvinding “Berta Gordita”, dikke berta dus, gespeeld. Na 2 uur hing er een jongentje constant aan mijn rug en twee meisjes aan mijn armen. Het is geweldig om te zien dat bij zo’n spelletjes ze echt weer even zorgeloze kinderen kunnen zijn. Toen vond ik het wel jammer dat het mijn laatste dag was, maar ik was wel dolgelukkig dat ik eindelijk wat contact had. Toen ik ging zei de directrice “Ciao Sofie” en de kindjes herhaalden het in koor, iets wat ze nooit eerder gedaan hadden. We zullen zien wat het volgend project geeft, maar geduld loont dus. Binnen twee weken vertrek ik dan zowiezo naar een schooltje aan de kust en daar zou ik normaal gezien mogen lesgeven (fingers crossed). Dat zou iets gemakkelijker moeten gaan.

Deze week was een zware week. Ik moest naar de dokter omdat ik zo verkouden was en drukkende koppijn had. Bleek ik voor de eerste keer in mijn leven een sinusitis te hebben. Ik had het weekend ervoor niet mogen gaan mountainbiken. Mijn motivatie voor het project was ook weg omdat ik geen stap vooruitkwam met de kinderen en mijn gastfamilie denkt het altijd, maar dan ook altijd beter te weten en dat was me even te veel. Ja gastfamilies is niet iets wat direct zou aanraden. Misschien is het ook omdat ik al gewoon was voor mezelf te zorgen en ineens moet ik eten wat op tafel komt. Dat is voor het ontbijt trouwens een droog broodje en warme choco. Daar kan ik nog mee leven, maar laatst kwamen ze thuis met één pizza voor 5 volwassen mensen. Ze zeiden dat het 10 dollar was voor de pizza. Ja, dat is normaal, maar ik betaal u 20 dollar per dag, ik zou mijn eigen pizza moeten krijgen! Snap je de frustatie? Plus, als ik zeg dat ergens op weekend ga, dan zeggen ze mij wat ik daar moet doen. Klinkt normaal? Ja, met advies ben ik altijd blij, maar als ik dan terugkom en ik blijk niet gedaan hebben wat ze mij gezegd hadden dan krijg ik weer een hele speech. Ik denk echter dat ze het beste met mij voorhebben, ik ga daar toch vanuit. DUS hou ik vol en zie het als een training. Verder heb ik een mooie kamer, een eigen badkamer met warm water en wifi (vaak toch), dus dat maakt veel goed. Tja, ik heb getekend voor avontuur en dat heb ik gekregen. Nobody said it was easy.
De volgende stap in ieder geval wel, mijn volgend project begint namelijk pas donderdag, dus heb ik de tijd om er even tussenuit te knijpen en naar het Amazonegebied te gaan. De malariapillen gaan dus toch nog van pas komen.

donderdag 16 januari 2014

Zeg nooit "moreno" tegen een "negro"

DUS (ik ben even te lui voor een lange introductie), de voorlaatste week in Costa Rica ben ik teruggegaan naar mijn project in Montezuma. Hoewel ik in deze hele week geen enkel schildpadje heb kunnen vrijlaten, had ik toch een supertoffe week. Bij oudejaarsavond hebben we het gezellig gemaakt met een BBQ en een beetje (voor sommigen te veel) alcohol. De Costa Ricaanse drank “cacique” heeft er met zijn 30% voor gezorgd dat zelfs nog voor het eten iedereen al aan het dansen was op de meest foute muziek. Door de volle maag, de drank en de lange nachtshiften heeft uiteindelijk bijna niemand (behalve de persoon die nachtshift had)  middernacht gehaald, wat op zich ook wel grappig is. Op het einde van de week was ik natuurlijk weer meer dan bronzé en met een extra laagje kleur, een prachtige ketting van Jenn (de manager assistant) en tal van borden rijst met bonen in het buikje trok ik eropuit in mijn eentje voor mijn laatste week in Costa Rica. Iedereen zat in projecten en eigenlijk vond ik het wel eens fijn echt gewoon lekker eens te kunnen doen wat ik wou. Om het wat sneller te laten gaan had ik een speedboat geboekt. Zon op het bolleke, wind in de haren en een uur later stonden we in Jaco. Zonder speedboat hadden we er úren over gedaan. Vandaar begon mijn reis naar Uvita ofwel het nationaal park van de walvissen. Uiteindelijk heb ik geen walvissen gezien, want een boottocht was 70 dollar en de kans op walvissen was op dat moment klein, maar teleurgesteld was ik zeker niet, want ik heb ontdekt dat alleen reizen helemaal niet hoeft te betekenen dat je ook echt alleen bent. Van die hele week dat ik alleen gereisd heb, was ik enkel alleen als ik slapen ging. Als ik mij ook maar ergens neerzette werd ik aangesproken, als ik mijn gezicht in de keuken durfde te tonen, werd er mij eten aangeboden. Zette ik mij op de bus neer, zat ik toevallig langs een Belg. Telkens nieuwe mensen met hun eigen verhalen. Ik vond het geweldig!
Na Uvita ben ik doorgereisd naar San Gerardo de Rivas. Dat is het dorpje aan de voet van de hoogste berg van Costa Rica, de Cherripo. Het zat al langer in mijn hoofd om er naartoe te gaan en ik kreeg niemand mee, dus keikop als ik ben ging ik gewoon alleen. Ik wist dat ik niet genoeg tijd ging hebben om de top te bereiken, want daar moet je minstens 3 dagen voor uittrekken. 1 om je ticket te bemachtigen, 1 om de basecamp te bereiken en 1 om naar de top te gaan en terug naar het dorp. Direct na aankomst raakte ik aan de babbel met een tica wiens man de top wou bereiken en terugkeren in één dag. Zot dacht ik, tot ze een paar minuten later een berichtje van hem kreeg dat hij op de top was, om 10u45. Hij was om 3u ’s nachts vertrokken… Hij bleek wel heuvels op te rennen in zijn vrije tijd. Ik dacht even, heel even, dat ik dat ook zou kunnen, maar dat plan heb ik laten varen, omdat ik dan in het donker aan de klim moest beginnen. De volgende dag ben ik dus pas om 6u gestart en heb er 5u overgedaan om tot in de helft te raken. Om de top te bereiken alleen al had ik dus een hele dag nodig. Toch was ik super tevreden over mijn prestatie en later hoorde ik ook van iemand anders dat de kerel in de hostel mij prees omdat ik zo slim was om te stoppen en terug te keren toen ik merkte dat het niet ging lukken, terwijl sommigen toch doorgaan en in het donker vast komen te zitten. De prestatie heb ik wel nog meer dan 3 dagen in mijn benen mogen voelen. Amai, mijn botten!
Eens terug in San José was het tijd om mijn rugzak te pakken en afscheid te nemen van mijn vrienden in Costa Rica en waar kan je dat beter, dan bij de Cubaan. Dank je Ijeoma, Aquelina, Véronique en Natalie voor de supergezellige avond! De volgende dag bracht Glen, de gastpapa van Aquelina, mij naar de luchthaven en lief als ze zijn, zijn Iljeoma en Aquelina meegekomen om mij uit te zwaaien. Het afscheid viel niet zo zwaar, want ik weet zeker dat ik hen nog zal terugzien. Ook het afscheid van Costa Rica was niet zo moeilijk, want na 3 en halve maand had ik echt wel alles gezien. Ik was klaar voor een nieuw avontuur en dat heb ik gekregen ook.

De eerste dag heb ik mij al moeten kwaadmaken op de coördinatrice van het vrijwilligerswerk, omdat ik gewoon een project toegewezen kreeg voor 3 maanden en er totaal geen zeggenschap in had. Als ik wou veranderen moet ik afhankelijk van het project 100 tot 600 dollar bijbetalen. Maar niet met mij hoor! Ik had al zoveel aan WEP betaald. Dus heb ik verkregen dat ik 2 projecten mag doen, zonder te betalen. Het liefst zou ik op de Galapos eilanden zelf gaan werken, maar dat kost zo’n 2000 dollar. Het project waar ik nu in werk is echter ook echt goed. Het vangt kinderen op uit probleemgezinnen en ’s middags komen ze dan bij ons eten en maken ze hun huiswerk. In het begin zijn ze wat terughoudener, maar na een weekje beginnen ze je toch langzaamaan te kennen. Voormiddag koken we dus altijd samen met kokkin, dan hebben we twee uur pauze en dan werken we nog tot 5pm. Namiddag poetsen we vaak of werken we in de stadstuin waar de kokkin aardappelen en andere groenten aanbouwt voor het middageten. Gisteren hebben we het onkruid tussen de quinoa-planten mogen uittrekken. Klinkt gek, maar ik vond het echt nog een leuk werkje. Misschien omdat ik in België zelf vaak met quinoa kook. Ondertussen heb ik toch al veel bijgeleerd hoor, onder andere dat avocado’s in bomen groeien en ananassen als kolen uit de grond komen. Tussen het werken door zijn de Belgische Marie en ik ook bevriend geraakt met de twee andere Ecuadoriaanse vrijwilligers, Jess en Steffi, en morgen gaan we met hen uit. Ik ben benieuwd! Zondag hoop ik ook naar de op één na hoogste berg/vulkaan van Ecuador te gaan, namelijk de Cotopaxi van meer dan 6000m hoogte. Een muts is alvast gekocht. Dus plannen, plannen, plannen, maar vooral ook genieten. ;)

Grappige anekdote: Ik had gehoopt dat het naroepen zoals “Hey baby” en zo in Ecuador minder ging zijn dan in Costa Rica, en even leek het ook zo tot er een kerel aan Marie en mij voorbij liep en iets zei dat ik niet verstond en Marie werd keirood en begon te lachen, bleek die kerel gezegd/gevraagd te hebben: “Hacemos un trio?!”
Ps: de titel verwijst naar het feit dat Zuid-Amerika weldegelijk iets totaal anders is dan Centraal-Amerika. In Costa Rica noemden ze zich moreno (koffiekleurig) en in Ecuador is dit eerder negatief. In Ecuador noemen ze zich negrito's. Je moet het maar allemaal weten!

Saludos de Quito!