Mijn vorige blog eindigde in het Amazonegebied en dat is ook
waar ik nu terug ga met mijn verhaal.
Echt in het diepe oerwoud zijn we niet geraakt, omdat je daar tenminste 10u
voor op de bus moet zitten. Maar in Tena, na een korte tussenstop in de
thermale baden van Pappallacta, hebben Marjon en ik dan toch kennis kunnen
maken met de jungle. Na lang twijfelen en en veel bevragingen heb ik besloten
geen malariapillen te nemen. De gids zei dat dat niet nodig was en dat veel
malariapillen bijwerkingen hebben en dat ik ervan kan gaan beginnen
hallucineren en dat is natuurlijk ook weer niet de bedoeling in het midden van
de jungle. Dieren hebben we jammer genoeg niet gezien, maar we hebben wel
mieren gegeten die door hun zuur naar citroen smaakten en bloemen die naar
lemonade smaakten. Dus culinair gezien was het wel interessant. Ook was er geen
echt pad, dus het was een kwestie van de gids goed te volgen. Tot hij op het
laatste zelf zijn weg niet meer vond. Ik hoorde zo iets van “Yo me perdi”… Euh
perdon? Gelukkig raakten we aan het water en is daar een kano ons komen
ophalen. Daarna hebben Marjon en ik ter verkoeling nog een beetje in de río
geplonst en daarna hebben we een lokale familie bezocht. Daar hebben we yucca
geplant (een soort wortel die naar aardappel smaakt) en hebben we samen
cacoabonen geroosterd, gepeld en gemalen. De gids bleef maar zagen over het
feit dat de Ecuadoriaanse chocolade veel beter is dan de Belgische en dat wij
dat maar moesten toegeven. Echt, de mannen hier! Na het proberen van de
bittere, pure chocolade pasta hebben we gezegd dat het lekker was, maar
eigenlijk dachten we allebei aan de lekkere Belgische melkchocolade. Daarna
ging de vrouw ineens met een grote kom naar de rivier, kapte er stenen en aarde
in en begon precies die stenen te wassen. Wij hadden geen idee wat die aan het
doen was. Na 5 minuten verscheen er echter gouddeeltjes onderaan de kom tussen
de stenen. Dat is dus wat John Smith zocht in Pocahontas! Jammer genoeg moet je
al serieus wat grammetjes verzamelen per dag om je brood ermee te kunnen
verdienen. Om je een idee te geven, na serieus wat wasarbeid lag er goud ter
grootte van een speldenkop onderaan de kom. Na een vermoeiende dag was een
koude douche zeer welkom om daarna de dag te eindigen met een reuzepizza en
Spaanse soaps (die kunnen hier echt niet acteren).
De volgende dag was het tijd om terug te keren naar Quito,
want de dag erna begon het nieuwe project van Marjon en mij. Het heette Ñeque más
ñeque en lag meer uit het centrum. Kinderen uit dit stadsdeel zijn armer en om
te vermijden dat de kinderen na school, en die is hier ’s middags al gedaan,
helemaal alleen thuis zijn, kunnen ze naar het project komen voor hulp met hun
huiswerk en spelletjes. Toen we binnenkwamen was het voor mij al direct een
wereld van verschil met het andere project. De kinderen waren aan het zwaaien
en waren benieuwd naar de nieuwe vrijwiligers. Toen moesten we ons voorstellen
en mochten ze vragen stellen. “Wat is je lievelingskleur?”, “Wat is je
lievelingssport?”… Hoewel we ons gewoon moesten voorstellen en dan naar huis
mochten, zijn we toch gebleven om met de kinderen te spelen. Ik zou tenslotte
maar een week in het project werken. Het zou voor mij één van de beste weken in
Quito worden. Marjon werkte beneden in het gebouw met de kleintjes, ik werkte
boven met Narcissa, de professora, en de groten tot 12 jaar. Narcissa vroeg mij
zelf een paar activiteiten te organiseren en ik heb gekozen om
vriendschapsbandjes te maken en samen met Marjon pannekoeken te bakken. Dat
laatste was een heel avontuur, omdat we eerst de juiste hoeveelheden moesten
hebben voor 50 kinderen en dan het bakken zelf, dat ging ook niet van een leien
dakje met maar één anti-kleefpan. Gelukkig vonden ze het wel heel lekker,
vooral de kleintjes kwamen zagen voor meer, en dat is nog zacht uitgedrukt.
Na
deze week zou ik dan voor 6 weken naar de kust gaan om daar Engels te geven in
een schooltje. In deze laatste week kreeg ik echter te horen dat van de 6
weken, de kinderen 5 weken vakantie hebben. Je kan je wel voorstellen hoe kwaad
ik was op de organisatie. Ik heb dan ook gezegd dat ze het maar moesten
oplossen en mij opties moesten geven. Claudia (de projectverantwoordelijke)
vertelde mij dan dat er wel kinderen zouden zijn die bijlessen Engels nodig
hadden. Okay dan, maar als er geen na een week geen kinderen geen lessen meer
nodig hebben, dan kunt ge regelen dat ik naar Yasuni (een project in de
Amazone) kan. Ik kom op maandag aan in Canoa en wordt al direct rondgeleid door
de directeur van het de school (ook de ex-man van de mama waar ik bijwoon) en
één van de eerste dingen die hij zegt is: “Waarom kom je eigenlijk voor een
week?”. Ik was zoooooo kwaad en het zooo beu. Een beetje later op die dag belde
Claudia mij “Alles gooooed?” Euh NEE! Er zijn geen bijlessen. Er is hier na
deze week niks te doen voor mij. En ze wou mij niet geloven. Ik zei dus dat ze
zelf maar naar de directeur moest bellen. Bleek dat ze nog nooit naar de
directeur gebeld had, altijd naar mijn mama hier, maar die weet natuurlijk niet
wat er in de school gebeurt. Uiteindelijk na veel heen en weer gebel en een
praatje met mijn mama hier, blijkt dat ze de tegen Claudia gezegd had, dat ik
wel les kon geven aan een paar mensen die zij kent, die in hostels werken en
dat kon allemaal bij haar thuis. Eerst dacht ik dat er nooit iemand zou komen,
maar mijn mama (Alba) garandeerde mij tenminste 3 mensen. Dus zei ik dat ik het
wel eens kon proberen. DUS zo komt het dat ik nog altijd aan de kust werk.
Ondertussen
is het mijn vierde week hier en de lessen vind ik echt tof. Hoewel ze wel veel
voorbereiding vragen. Ik begin meestal om 10u met mijn lesvoorbereiding, ben
tegen de middag klaar, dan krijg ik lunch bij mijn mama en daarna ga ik meestal
naar het strand, lees of slaap een beetje. Sinds kort ben ik ook begonnen met
surflessen, dus dat neemt ook tijd in beslag. Deze krijg ik van Alex. Ik geef
hem Engels, hij mij surflessen. Goede deal vind ik zelf. Om 19u stipt begint
mijn les en loopt tot 20u30, maar meestal loopt het uit tot 21u. Als ik dan nog
niet moe ben, dan ga ik naar dé bar in town, namelijk de surf shak om nog een
biertje te drinken met Mai, Alberto en vrienden. Een vrij relaxt leventje dus,
maar stress kennen ze hier zowiezo niet, dus dan kan ik maar beter meedoen,
totdat ik zelf moet beginnen werken. Dat zal andere koek zijn. ;)
Vorige week heeft mijn roommate Mai mijn lessen overgenomen,
zodat ik nog een beetje van het land kan zien voordat ik naar Bolivië vlieg.
Samen met Marjon, Leonie en Coralie ben ik voor een weekje de kust afgereisd.
Een toffe week, maar ik voel mij toch nergens zo goed als in Canoa. Ik voel mij
echt thuis in het huis van Alba (totaal anders dan in de familie in Quito). Ik
mag de keuken gebruiken, was wassen wanneer ik wil. Ik heb hier nog 3 zusjes,
ééntje van 12, ééntje van 10 en ééntje van 1,5 maand oud. Plus, ik deel de
kamer met Mai. Gezellige boel dus. Voor 2,5 week langer en dan is mijn
vliegtuig naar Bolivïe. Ik weet niet of ik het al verteld heb, maar ik vertrek
van daaruit op een tour van 3 weken naar Lima en onderweg doen we de Inca trail
en bezoeken we Cuzko en veel meer. Ik kijk er al naar uit en stiekem begin ik
ook uit te kijken om terug te keren naar Europa. De mannen hier zijn zo
plakkerig, bezitterig en betweterig. Ze hebben hier in het algemeen weinig
respect voor vrouwen. Veel minder dan in
Costa Rica in ieder geval. Én daar kan feministische Sofie nog steeds niet
tegen. Binnen 2 maanden kan ik eindelijk terug op straat rondlopen zonder dat
ze mij nastaren of mij naroepen met “Preciosa, guapa, hermosa, bonita, reina…”
Echt, wij hebben één woord voor mooi, zij hebben er misscien 10. Zegt genoeg
mij dunkt. Soms trekken ze ook aan uwe arm. Dan krijgen ze meestal mijn
middelvinger als respons. Op het strand komen ze gewoon ongegeneerd om een foto
vragen met u. Én als je niet met hun wilt dansen, dan zijn ze megahard op hun
tenen getrapt. Om het met Mai haar woorden te zeggen “De mannen zijn hier erger
dan vrouwen tijdens hun maandstonden.” Geef
mij dus maar de Europese mannen! Dus meisjes, als jullie nog eens ruzie hebben
met jullie mannen, denk dan aan wat ik net geschreven heb, wees blij dat het
geen Ecuadoriaan is! ;)
Mijn oprechte excuses voor de lange blog, maar nu zijn
jullie wel helemaal bij!!! Joepie!! Dus dan moet ik geen uren meer vertellen
als ik terug ben. ;) Dat is op 29 APRIL, voor de geïnteresseerden. ^^
Heel veel liefs uit Canoa, Ecuador!