zondag 16 maart 2014

Wat als mannen nu ook eens maandstonden hadden?

Mijn vorige blog eindigde in het Amazonegebied en dat is ook waar ik nu terug ga  met mijn verhaal. Echt in het diepe oerwoud zijn we niet geraakt, omdat je daar tenminste 10u voor op de bus moet zitten. Maar in Tena, na een korte tussenstop in de thermale baden van Pappallacta, hebben Marjon en ik dan toch kennis kunnen maken met de jungle. Na lang twijfelen en en veel bevragingen heb ik besloten geen malariapillen te nemen. De gids zei dat dat niet nodig was en dat veel malariapillen bijwerkingen hebben en dat ik ervan kan gaan beginnen hallucineren en dat is natuurlijk ook weer niet de bedoeling in het midden van de jungle. Dieren hebben we jammer genoeg niet gezien, maar we hebben wel mieren gegeten die door hun zuur naar citroen smaakten en bloemen die naar lemonade smaakten. Dus culinair gezien was het wel interessant. Ook was er geen echt pad, dus het was een kwestie van de gids goed te volgen. Tot hij op het laatste zelf zijn weg niet meer vond. Ik hoorde zo iets van “Yo me perdi”… Euh perdon? Gelukkig raakten we aan het water en is daar een kano ons komen ophalen. Daarna hebben Marjon en ik ter verkoeling nog een beetje in de río geplonst en daarna hebben we een lokale familie bezocht. Daar hebben we yucca geplant (een soort wortel die naar aardappel smaakt) en hebben we samen cacoabonen geroosterd, gepeld en gemalen. De gids bleef maar zagen over het feit dat de Ecuadoriaanse chocolade veel beter is dan de Belgische en dat wij dat maar moesten toegeven. Echt, de mannen hier! Na het proberen van de bittere, pure chocolade pasta hebben we gezegd dat het lekker was, maar eigenlijk dachten we allebei aan de lekkere Belgische melkchocolade. Daarna ging de vrouw ineens met een grote kom naar de rivier, kapte er stenen en aarde in en begon precies die stenen te wassen. Wij hadden geen idee wat die aan het doen was. Na 5 minuten verscheen er echter gouddeeltjes onderaan de kom tussen de stenen. Dat is dus wat John Smith zocht in Pocahontas! Jammer genoeg moet je al serieus wat grammetjes verzamelen per dag om je brood ermee te kunnen verdienen. Om je een idee te geven, na serieus wat wasarbeid lag er goud ter grootte van een speldenkop onderaan de kom. Na een vermoeiende dag was een koude douche zeer welkom om daarna de dag te eindigen met een reuzepizza en Spaanse soaps (die kunnen hier echt niet acteren).

De volgende dag was het tijd om terug te keren naar Quito, want de dag erna begon het nieuwe project van Marjon en mij. Het heette Ñeque más ñeque en lag meer uit het centrum. Kinderen uit dit stadsdeel zijn armer en om te vermijden dat de kinderen na school, en die is hier ’s middags al gedaan, helemaal alleen thuis zijn, kunnen ze naar het project komen voor hulp met hun huiswerk en spelletjes. Toen we binnenkwamen was het voor mij al direct een wereld van verschil met het andere project. De kinderen waren aan het zwaaien en waren benieuwd naar de nieuwe vrijwiligers. Toen moesten we ons voorstellen en mochten ze vragen stellen. “Wat is je lievelingskleur?”, “Wat is je lievelingssport?”… Hoewel we ons gewoon moesten voorstellen en dan naar huis mochten, zijn we toch gebleven om met de kinderen te spelen. Ik zou tenslotte maar een week in het project werken. Het zou voor mij één van de beste weken in Quito worden. Marjon werkte beneden in het gebouw met de kleintjes, ik werkte boven met Narcissa, de professora, en de groten tot 12 jaar. Narcissa vroeg mij zelf een paar activiteiten te organiseren en ik heb gekozen om vriendschapsbandjes te maken en samen met Marjon pannekoeken te bakken. Dat laatste was een heel avontuur, omdat we eerst de juiste hoeveelheden moesten hebben voor 50 kinderen en dan het bakken zelf, dat ging ook niet van een leien dakje met maar één anti-kleefpan. Gelukkig vonden ze het wel heel lekker, vooral de kleintjes kwamen zagen voor meer, en dat is nog zacht uitgedrukt. 

Na deze week zou ik dan voor 6 weken naar de kust gaan om daar Engels te geven in een schooltje. In deze laatste week kreeg ik echter te horen dat van de 6 weken, de kinderen 5 weken vakantie hebben. Je kan je wel voorstellen hoe kwaad ik was op de organisatie. Ik heb dan ook gezegd dat ze het maar moesten oplossen en mij opties moesten geven. Claudia (de projectverantwoordelijke) vertelde mij dan dat er wel kinderen zouden zijn die bijlessen Engels nodig hadden. Okay dan, maar als er geen na een week geen kinderen geen lessen meer nodig hebben, dan kunt ge regelen dat ik naar Yasuni (een project in de Amazone) kan. Ik kom op maandag aan in Canoa en wordt al direct rondgeleid door de directeur van het de school (ook de ex-man van de mama waar ik bijwoon) en één van de eerste dingen die hij zegt is: “Waarom kom je eigenlijk voor een week?”. Ik was zoooooo kwaad en het zooo beu. Een beetje later op die dag belde Claudia mij “Alles gooooed?” Euh NEE! Er zijn geen bijlessen. Er is hier na deze week niks te doen voor mij. En ze wou mij niet geloven. Ik zei dus dat ze zelf maar naar de directeur moest bellen. Bleek dat ze nog nooit naar de directeur gebeld had, altijd naar mijn mama hier, maar die weet natuurlijk niet wat er in de school gebeurt. Uiteindelijk na veel heen en weer gebel en een praatje met mijn mama hier, blijkt dat ze de tegen Claudia gezegd had, dat ik wel les kon geven aan een paar mensen die zij kent, die in hostels werken en dat kon allemaal bij haar thuis. Eerst dacht ik dat er nooit iemand zou komen, maar mijn mama (Alba) garandeerde mij tenminste 3 mensen. Dus zei ik dat ik het wel eens kon proberen. DUS zo komt het dat ik nog altijd aan de kust werk.

Ondertussen is het mijn vierde week hier en de lessen vind ik echt tof. Hoewel ze wel veel voorbereiding vragen. Ik begin meestal om 10u met mijn lesvoorbereiding, ben tegen de middag klaar, dan krijg ik lunch bij mijn mama en daarna ga ik meestal naar het strand, lees of slaap een beetje. Sinds kort ben ik ook begonnen met surflessen, dus dat neemt ook tijd in beslag. Deze krijg ik van Alex. Ik geef hem Engels, hij mij surflessen. Goede deal vind ik zelf. Om 19u stipt begint mijn les en loopt tot 20u30, maar meestal loopt het uit tot 21u. Als ik dan nog niet moe ben, dan ga ik naar dé bar in town, namelijk de surf shak om nog een biertje te drinken met Mai, Alberto en vrienden. Een vrij relaxt leventje dus, maar stress kennen ze hier zowiezo niet, dus dan kan ik maar beter meedoen, totdat ik zelf moet beginnen werken. Dat zal andere koek zijn. ;)
Vorige week heeft mijn roommate Mai mijn lessen overgenomen, zodat ik nog een beetje van het land kan zien voordat ik naar Bolivië vlieg. Samen met Marjon, Leonie en Coralie ben ik voor een weekje de kust afgereisd. Een toffe week, maar ik voel mij toch nergens zo goed als in Canoa. Ik voel mij echt thuis in het huis van Alba (totaal anders dan in de familie in Quito). Ik mag de keuken gebruiken, was wassen wanneer ik wil. Ik heb hier nog 3 zusjes, ééntje van 12, ééntje van 10 en ééntje van 1,5 maand oud. Plus, ik deel de kamer met Mai. Gezellige boel dus. Voor 2,5 week langer en dan is mijn vliegtuig naar Bolivïe. Ik weet niet of ik het al verteld heb, maar ik vertrek van daaruit op een tour van 3 weken naar Lima en onderweg doen we de Inca trail en bezoeken we Cuzko en veel meer. Ik kijk er al naar uit en stiekem begin ik ook uit te kijken om terug te keren naar Europa. De mannen hier zijn zo plakkerig, bezitterig en betweterig. Ze hebben hier in het algemeen weinig respect voor vrouwen.  Veel minder dan in Costa Rica in ieder geval. Én daar kan feministische Sofie nog steeds niet tegen. Binnen 2 maanden kan ik eindelijk terug op straat rondlopen zonder dat ze mij nastaren of mij naroepen met “Preciosa, guapa, hermosa, bonita, reina…” Echt, wij hebben één woord voor mooi, zij hebben er misscien 10. Zegt genoeg mij dunkt. Soms trekken ze ook aan uwe arm. Dan krijgen ze meestal mijn middelvinger als respons. Op het strand komen ze gewoon ongegeneerd om een foto vragen met u. Én als je niet met hun wilt dansen, dan zijn ze megahard op hun tenen getrapt. Om het met Mai haar woorden te zeggen “De mannen zijn hier erger dan vrouwen tijdens hun maandstonden.”  Geef mij dus maar de Europese mannen! Dus meisjes, als jullie nog eens ruzie hebben met jullie mannen, denk dan aan wat ik net geschreven heb, wees blij dat het geen Ecuadoriaan is! ;)

Mijn oprechte excuses voor de lange blog, maar nu zijn jullie wel helemaal bij!!! Joepie!! Dus dan moet ik geen uren meer vertellen als ik terug ben. ;) Dat is op 29 APRIL, voor de geïnteresseerden. ^^

Heel veel liefs uit Canoa, Ecuador!

maandag 10 februari 2014

Het leven van een vrijwilliger: Deel 2

Het werd weer eens tijd voor een update. Misschien moet ik eerst even meer vertellen over het project waarin ik de voorbije vier weken gewerkt heb. Het project bevindt zich in één van de grootste parken van Quito, plaats genoeg dus voor de kinderen om te spelen. Het start telkens om 10u ’s morgens en dan komen de kleintjes die pas in de namiddag les hebben. Ik begin dan meestal in de keuken te werken met de kokkin Maria. Aardappelen snijden, limonade maken, …. Het is wel ongelofelijk wat Maria kan met de weinige ingrediënten die ze op het project hebben. Veel ervan komt uit het stadstuintje waar ik ook af en toe onkruid moet uittrekken. Als de kindjes hun eten gehad hebben rond de middag, help ik vaak nog even met de afwas en dan haast ik mij naar onze school waar de lessen om 13u eindigen. Als ik mijn vrienden op school wil zien, moet ik dan altijd daar zijn. Meestal gaan we dan samen iets eten en dan rond 15u moet ik terug op het project zijn om de wc’s, eetzaal en keuken te poetsen. Ik doe/deed dit alles met redelijk tot veel plezier (afhankelijk van wat de opdracht was), maar na 4 weken helpen stond ik nog steeds geen stap verder bij de kindjes. Telkens als ik iets zei, dan keken ze mij aan met een blik die niet veel aan de verbeelding overliet. Natuurlijk, het zijn kinderen uit probleemgezinnen. Kinderen met één papa, één mama of zelfs geen, die zelfs af en toe zelf op straat moeten werken en daardoor erg gehard zijn. De verhalen van de kinderen heeft de directrice mij ook nooit verteld, want dan zou ik misschien kinderen gaan voortrekken. Na vier weken wilden ze dus nog steeds niets met mij te maken hebben en waren ze zelfs onbeleefd tegen mij. Hoewel ik het helpen in de keuken niet erg vond, was het niet het werken met kinderen waarvoor ik mij had ingeschreven, dus probeerde ik op school mijn project te laten veranderen. Eerst een heleboel tegenstribbel, maar tenslotte mocht ik dan toch veranderen. Net toen dat in orde was en ik aan mijn laatste dag op het project Covi begon, zei de kokkin “ Sophia, ga jij vandaag maar met de kinderen spelen buiten”. Er was genoeg hulp in de keuken. Ik dacht “shit, hoe moet ik dit nu aanpakken?”. Ze zaten allemaal in een groepje in de eetzaal. Ik er dus naartoe en vroeg of ze buiten wilden spelen. Geen reactie. Toen kwam de kokkin en zei “kom, allemaal naar buiten”. Ik  volgde en vroeg enkele jongens of ze voetbal wilden spelen, ja dat wilden ze toch wel. Dus nam ik de bal en het heft in handen. Eenmaal in het park, vroeg ik wat ze zo op school allemaal speelden en daar begonnen ze eindelijk los te komen. Uiteindelijk hebben we “Pistooltje”, “Kruiwagen”, “de Krab” en mijn uitvinding “Berta Gordita”, dikke berta dus, gespeeld. Na 2 uur hing er een jongentje constant aan mijn rug en twee meisjes aan mijn armen. Het is geweldig om te zien dat bij zo’n spelletjes ze echt weer even zorgeloze kinderen kunnen zijn. Toen vond ik het wel jammer dat het mijn laatste dag was, maar ik was wel dolgelukkig dat ik eindelijk wat contact had. Toen ik ging zei de directrice “Ciao Sofie” en de kindjes herhaalden het in koor, iets wat ze nooit eerder gedaan hadden. We zullen zien wat het volgend project geeft, maar geduld loont dus. Binnen twee weken vertrek ik dan zowiezo naar een schooltje aan de kust en daar zou ik normaal gezien mogen lesgeven (fingers crossed). Dat zou iets gemakkelijker moeten gaan.

Deze week was een zware week. Ik moest naar de dokter omdat ik zo verkouden was en drukkende koppijn had. Bleek ik voor de eerste keer in mijn leven een sinusitis te hebben. Ik had het weekend ervoor niet mogen gaan mountainbiken. Mijn motivatie voor het project was ook weg omdat ik geen stap vooruitkwam met de kinderen en mijn gastfamilie denkt het altijd, maar dan ook altijd beter te weten en dat was me even te veel. Ja gastfamilies is niet iets wat direct zou aanraden. Misschien is het ook omdat ik al gewoon was voor mezelf te zorgen en ineens moet ik eten wat op tafel komt. Dat is voor het ontbijt trouwens een droog broodje en warme choco. Daar kan ik nog mee leven, maar laatst kwamen ze thuis met één pizza voor 5 volwassen mensen. Ze zeiden dat het 10 dollar was voor de pizza. Ja, dat is normaal, maar ik betaal u 20 dollar per dag, ik zou mijn eigen pizza moeten krijgen! Snap je de frustatie? Plus, als ik zeg dat ergens op weekend ga, dan zeggen ze mij wat ik daar moet doen. Klinkt normaal? Ja, met advies ben ik altijd blij, maar als ik dan terugkom en ik blijk niet gedaan hebben wat ze mij gezegd hadden dan krijg ik weer een hele speech. Ik denk echter dat ze het beste met mij voorhebben, ik ga daar toch vanuit. DUS hou ik vol en zie het als een training. Verder heb ik een mooie kamer, een eigen badkamer met warm water en wifi (vaak toch), dus dat maakt veel goed. Tja, ik heb getekend voor avontuur en dat heb ik gekregen. Nobody said it was easy.
De volgende stap in ieder geval wel, mijn volgend project begint namelijk pas donderdag, dus heb ik de tijd om er even tussenuit te knijpen en naar het Amazonegebied te gaan. De malariapillen gaan dus toch nog van pas komen.

donderdag 16 januari 2014

Zeg nooit "moreno" tegen een "negro"

DUS (ik ben even te lui voor een lange introductie), de voorlaatste week in Costa Rica ben ik teruggegaan naar mijn project in Montezuma. Hoewel ik in deze hele week geen enkel schildpadje heb kunnen vrijlaten, had ik toch een supertoffe week. Bij oudejaarsavond hebben we het gezellig gemaakt met een BBQ en een beetje (voor sommigen te veel) alcohol. De Costa Ricaanse drank “cacique” heeft er met zijn 30% voor gezorgd dat zelfs nog voor het eten iedereen al aan het dansen was op de meest foute muziek. Door de volle maag, de drank en de lange nachtshiften heeft uiteindelijk bijna niemand (behalve de persoon die nachtshift had)  middernacht gehaald, wat op zich ook wel grappig is. Op het einde van de week was ik natuurlijk weer meer dan bronzé en met een extra laagje kleur, een prachtige ketting van Jenn (de manager assistant) en tal van borden rijst met bonen in het buikje trok ik eropuit in mijn eentje voor mijn laatste week in Costa Rica. Iedereen zat in projecten en eigenlijk vond ik het wel eens fijn echt gewoon lekker eens te kunnen doen wat ik wou. Om het wat sneller te laten gaan had ik een speedboat geboekt. Zon op het bolleke, wind in de haren en een uur later stonden we in Jaco. Zonder speedboat hadden we er úren over gedaan. Vandaar begon mijn reis naar Uvita ofwel het nationaal park van de walvissen. Uiteindelijk heb ik geen walvissen gezien, want een boottocht was 70 dollar en de kans op walvissen was op dat moment klein, maar teleurgesteld was ik zeker niet, want ik heb ontdekt dat alleen reizen helemaal niet hoeft te betekenen dat je ook echt alleen bent. Van die hele week dat ik alleen gereisd heb, was ik enkel alleen als ik slapen ging. Als ik mij ook maar ergens neerzette werd ik aangesproken, als ik mijn gezicht in de keuken durfde te tonen, werd er mij eten aangeboden. Zette ik mij op de bus neer, zat ik toevallig langs een Belg. Telkens nieuwe mensen met hun eigen verhalen. Ik vond het geweldig!
Na Uvita ben ik doorgereisd naar San Gerardo de Rivas. Dat is het dorpje aan de voet van de hoogste berg van Costa Rica, de Cherripo. Het zat al langer in mijn hoofd om er naartoe te gaan en ik kreeg niemand mee, dus keikop als ik ben ging ik gewoon alleen. Ik wist dat ik niet genoeg tijd ging hebben om de top te bereiken, want daar moet je minstens 3 dagen voor uittrekken. 1 om je ticket te bemachtigen, 1 om de basecamp te bereiken en 1 om naar de top te gaan en terug naar het dorp. Direct na aankomst raakte ik aan de babbel met een tica wiens man de top wou bereiken en terugkeren in één dag. Zot dacht ik, tot ze een paar minuten later een berichtje van hem kreeg dat hij op de top was, om 10u45. Hij was om 3u ’s nachts vertrokken… Hij bleek wel heuvels op te rennen in zijn vrije tijd. Ik dacht even, heel even, dat ik dat ook zou kunnen, maar dat plan heb ik laten varen, omdat ik dan in het donker aan de klim moest beginnen. De volgende dag ben ik dus pas om 6u gestart en heb er 5u overgedaan om tot in de helft te raken. Om de top te bereiken alleen al had ik dus een hele dag nodig. Toch was ik super tevreden over mijn prestatie en later hoorde ik ook van iemand anders dat de kerel in de hostel mij prees omdat ik zo slim was om te stoppen en terug te keren toen ik merkte dat het niet ging lukken, terwijl sommigen toch doorgaan en in het donker vast komen te zitten. De prestatie heb ik wel nog meer dan 3 dagen in mijn benen mogen voelen. Amai, mijn botten!
Eens terug in San José was het tijd om mijn rugzak te pakken en afscheid te nemen van mijn vrienden in Costa Rica en waar kan je dat beter, dan bij de Cubaan. Dank je Ijeoma, Aquelina, Véronique en Natalie voor de supergezellige avond! De volgende dag bracht Glen, de gastpapa van Aquelina, mij naar de luchthaven en lief als ze zijn, zijn Iljeoma en Aquelina meegekomen om mij uit te zwaaien. Het afscheid viel niet zo zwaar, want ik weet zeker dat ik hen nog zal terugzien. Ook het afscheid van Costa Rica was niet zo moeilijk, want na 3 en halve maand had ik echt wel alles gezien. Ik was klaar voor een nieuw avontuur en dat heb ik gekregen ook.

De eerste dag heb ik mij al moeten kwaadmaken op de coördinatrice van het vrijwilligerswerk, omdat ik gewoon een project toegewezen kreeg voor 3 maanden en er totaal geen zeggenschap in had. Als ik wou veranderen moet ik afhankelijk van het project 100 tot 600 dollar bijbetalen. Maar niet met mij hoor! Ik had al zoveel aan WEP betaald. Dus heb ik verkregen dat ik 2 projecten mag doen, zonder te betalen. Het liefst zou ik op de Galapos eilanden zelf gaan werken, maar dat kost zo’n 2000 dollar. Het project waar ik nu in werk is echter ook echt goed. Het vangt kinderen op uit probleemgezinnen en ’s middags komen ze dan bij ons eten en maken ze hun huiswerk. In het begin zijn ze wat terughoudener, maar na een weekje beginnen ze je toch langzaamaan te kennen. Voormiddag koken we dus altijd samen met kokkin, dan hebben we twee uur pauze en dan werken we nog tot 5pm. Namiddag poetsen we vaak of werken we in de stadstuin waar de kokkin aardappelen en andere groenten aanbouwt voor het middageten. Gisteren hebben we het onkruid tussen de quinoa-planten mogen uittrekken. Klinkt gek, maar ik vond het echt nog een leuk werkje. Misschien omdat ik in België zelf vaak met quinoa kook. Ondertussen heb ik toch al veel bijgeleerd hoor, onder andere dat avocado’s in bomen groeien en ananassen als kolen uit de grond komen. Tussen het werken door zijn de Belgische Marie en ik ook bevriend geraakt met de twee andere Ecuadoriaanse vrijwilligers, Jess en Steffi, en morgen gaan we met hen uit. Ik ben benieuwd! Zondag hoop ik ook naar de op één na hoogste berg/vulkaan van Ecuador te gaan, namelijk de Cotopaxi van meer dan 6000m hoogte. Een muts is alvast gekocht. Dus plannen, plannen, plannen, maar vooral ook genieten. ;)

Grappige anekdote: Ik had gehoopt dat het naroepen zoals “Hey baby” en zo in Ecuador minder ging zijn dan in Costa Rica, en even leek het ook zo tot er een kerel aan Marie en mij voorbij liep en iets zei dat ik niet verstond en Marie werd keirood en begon te lachen, bleek die kerel gezegd/gevraagd te hebben: “Hacemos un trio?!”
Ps: de titel verwijst naar het feit dat Zuid-Amerika weldegelijk iets totaal anders is dan Centraal-Amerika. In Costa Rica noemden ze zich moreno (koffiekleurig) en in Ecuador is dit eerder negatief. In Ecuador noemen ze zich negrito's. Je moet het maar allemaal weten!

Saludos de Quito!

zondag 29 december 2013

De wereld van een vrijwilliger

Waarom ik het zo lang laten aanslepen heb, weet ik niet, maar het resultaat is nu dat ik mijn verhalen van 2 maanden in één blogbericht moet samenvatten. Hoe ik dat ga doen, weet ik ook niet, want het zijn er zo veel! Ik denk dat ik mijn projecten gewoon in het algemeen ga overlopen zodat jullie toch een beeld van wat ik hier doe. Niet "Erasmus 2.0" zoals ik van sommige vrienden hoor! Ik werk hier wel degelijk, maar daar zijn gewoon "toevallig" geen foto's van. 

Na 4 weken Spaans les in San José was ik helemaal klaar om de natuur in te trekken en San José voor een tijdje te verlaten, want laten we eerlijk zijn, het is echt een lelijke stad! Mijn eerste project was in Bahia de los Piratas ( inderdaad, de piratenbaai) in de provincie Guanacaste. Ik heb later mijn projectleider gevraagd vanwaar de naam kwam, maar het antwoord was teleurstellend. De Spanjaarden hebben de naam gewoon verzonnen. Na 4 uur bus kwam ik aan in the middle of nowhere, waarna ik met een bus nog verder weggebracht werd. Uiteindelijk draaiden we een berg met allerlei vakantiehuisjes op en bleek dat het huisje helemaal op de top, het huis van het project was. Doordat het een vakantiehuis was, was het dus redelijk luxueus. Daarmee bedoel ik hier: 4 muren en een dak, een terras en een goede douche. De zee was gewoon onderaan de berg. Bij het binnenkomen werd ik direct voorgesteld aan de andere vrijwilligers. Bleken het allemaal Duitse meisjes te zijn. Mijn eerste gedachte was, oei, dat gaat nog iets geven. Wat uiteindelijk ook werkelijkheid geworden is, maar gelukkig pas toen ik al lang weg was van het project. Wat een van de oorzaken was, was, geloof het of niet, het oeroude principe van gebrek aan eten. Na mij zijn er steeds meer mensen bijgekomen en de hoeveelheid eten dat er werd gemaakt door de kokkin steeg niet mee. Een korte bespreking met de projectleiders zorgde ervoor dat we slechts voor een paar dagen meer eten hadden, maar een echte oplossing was het niet. Hongerig waren we echter heel de dag. Er waren namelijk 3 shifts. Als je die van 6u had dan moest je om kwart voor 6 opstaan en zonder ontbijt 7km naar de stranden lopen die we bestudeerden en er de temperaturen van de nesten met schildpaddeneieren meten. 2u later kwam je dan kapot terug en trof je dan de andere vrijwilligers smikkelend aan. Het meeste eten was dan al op en dan kon je alleen maar hopen dat de kokkin meer ging maken. Wie de shift smorgens had, had dan ook de nachtpatrouille. Wie de middagshift (1pm), die moest in de blakende zon dezelfde afstand afleggen en weer de temperaturen meten. Het werk was dus vooral statitisch gericht. Bij nachtpatrouille vertrok je na het eten en kwam je vaak pas na middernacht terug. Samen met de projectleiders liep je in het donker met zaklamp naar de stranden, daar was het licht uit (want dan komen de schildpadden niet) en dan maar op en af lopen en wachten op een schildpad. Als je geluk had, dan kon je bij zo’n 3 schildpadden per nacht de eieren wegnemen en ze herlocaliseren. Op die manier vinden de roofdieren de eieren niet zo snel. Elke schildpad legt tussen de 80 en 120 eieren. Grappig genoeg lijken het net ping pong balletjes. Ze hebben ook precies dezelfde kleine deukjes. Ik heb vooral met de middelgrote green/black turtle gewerkt en de kleine Lora. De gigantische Leatherback heb ik jammer genoeg niet gezien.

We liepen elke dag dus serieus wat kilometers, na 2 weken was ik ook verbaasd dat mijn broek zo klein geworden was. Toen ik eens toevallig mijn benen opspande voelde ik ineens dat ik echt veel spieren had gekregen. Tussen de shiften door konden we ook gewoon op het strand liggen en boeken lezen enzo, dus dat was wel fijn. Maar naar het einde van mijn twee weken toe, begonnen er steeds meer problemen met de hoofdprojectleider te komen. Hij was zo een beetje het grommelige type en we denken allemaal dat hij al die vrijwilligers gewoon niet aankon. Vooral dan omdat het op het einde 10 meisjes waren. Doordat het zo een klein beetje “war” was op het einde is de groep vrijwilligers wel erg naar mekaar toegegroeid en na twee weken afscheid nemen was überhaupt niet fijn. Maar zoals ik nadien hoorde, ben ik net op het juiste moment weggegaan. Hij heeft erna gewoon 4 mensen buitengesmeten na 1 dag. Tof hé?

Anyway, mijn reis ging verder naar onder, naar het schiereiland Nicoya. Daar in Montezuma ging ik weer twee weken met schildpadden werken, maar dit keer met baby schildpadjes. In het “kuststadje” kwam Kaija (haar had ik al in Leipzig leren kennen) mij ophalen en ging we met pak en zak naar het project, op 30 min wandelafstand. Na 30 minuten kwam ik daar zwetend als een waterval toe op het project. Het was al 5pm, dus donker en het project heeft geen elektriciteit. Ik stond al direct op voor de nachtpatrouille, dus was het in het donker op de tast mijn zaklamp zoeken en mij voorbereiden om het strand af te lopen op zoek naar schildpadden. Als we dan schildpadden vonden, dan namen we de eieren en brachten we ze naar de “hatchery” in het midden van ons strand. Jaja, ons strand, want het huis van het project lag aan de zijkant van het strand en de hatchery in het midden. ’s Ochtends stonden we vroeg op (je had geen keus want het huis was open, dus het licht kwam overal binnen) en na het ontbijt werkten we in de jungle aan de paden of in de wijngaard die eraan verbonden was. Overdag had je dan vaak een shift in de hatchery en moest je toeristen info geven en op de nesten passen. De hatchery was echter op het strand en was uitgerust met een hangmatten. Een echte chillplek dus. ’s Nachts had je ofwel nachtpatrouille ofwel een nachtshift in de hatchery. Met twee was dat nog te doen, maar alleen was het echt eng. Je zit daar dan in de donker alleen in dat hutje en je hoort overal geluiden uit de jungle. Je mag ook niet in slaap vallen hoewel je soms shift had van 1 am tot 4 am. Kwestie van doorbijten. De meesten komen ook s’nachts uit, dus je moet waakzaam zijn. Het verschil met het vorig project was wel immens, want de projectleiders hier waren gewoon supertoffe en enorm gemotiveerde mensen. Ik werkte echt graag mét en voor hen. Om 6pm aten we dan zoals altijd rijst met bonen (maar dat kon niet deren) en bij kaarslicht of het weinige licht van de zonnecel speelden we daarna dan kaart. Nadien gingen we dan om 7pm al slapen. Echt leven op het ritme van de zon, dat vond ik zalig. Geen tv, geen laptop, niks. Je viel dan in slaap, met op de achtergrond de geluiden van de jungle. Deze jungle had wel zijn invloed op mijn dromen, want gedurende deze twee weken werd ik bijna elke nacht roepend wakker. Meestal riep ik dan “snake/serpiente” en de laatste nacht was dat zelfs krokodil (hoewel er geen krokodillen in de buurt zijn…). Raar maar waar! Je kan je misschien dan wel voorstellen dat ik na twee weken uitgeput was. Toen ik terug in San José was kon ik voor het eerst in 4 weken een warme douche nemen om erna lekker warm uren te slapen. Ohja, ik vergeet bijna te vertellen dat ik weldegelijk een slang gezien heb. Tijdens het werk in wijngaard wou ik even water gaan halen bij de eerste rij onderaan. Tijdens het naar onder lopen zag ik vanuit mijn ooghoeken ineens een slangvormig ding en mijn hersenen hadden maar enkele seconden nodig om te beseffen dat ze mijn benen moesten laten lopen en dat heb ik ook gedaan, de halve wijngaard door. De anderen boven riepen dus: Sofie? What’s going on?
En ik: “Snake! Snake!” “Are you okay?”…… “What kind of snake was it?”. Dit laatste kan je natuurlijk van biologen verwachten. Ik had daar dus geen idee van, maar wist wel dat het een redelijk grote was geweest. Zij gingen dus op zoek naar de slang. Ik wou eerst niet mee, maar mijn nieuwsgierigheid won toch van mijn broekschijter inside. Bleek het uiteindelijk een gewonde boa constrictor te zijn. Die is bruin met zwarte diamanten, voila, dan weet je dat ook weeral. Vreemd genoeg, waren mijn snake-nachtmerries hierna voorbij. Bovendien heb ik op dat project mijn zwaarste onweer ooit meegemaakt. Net na het avondeten zaten we bij kaarslicht nog wat te kaarten toen het begon te bliksemen en donderen. Deze twee waren echter direct na mekaar en al snel hoorden we de eerste inslag naast ons, achter ons en plots krak, boem en vlammen voor de ingang van ons project. Wij allemaal aan het gillen, en ja ook de mannen(!). Ja, waar schuil je in het midden van de jungle in een open huis? Gelukkig bleef de hoofdprojectleider heel kalm en zei dat als het regende het direct voorbij zou zijn en inderdaad na 5 minuten was het gedaan. Toch, het liefst was ik onder de tafel gekropen.

Na een verkwikkend weekend in San José ging het dan voor het eerst richting het noorden van het land, naar Chilamate in Sarapiqui. Een iniminie dorp tussen de bananenplantages, met de Sarapiqui-rivier die ertussendoor stroomt. Echt boerenbuiten dus. Ik werd opgehaald door de directeur van het project, Jenny, en al snel werd duidelijk dat ik geen echte taken had. Ik was namelijk de eerste vrijwilliger sinds juli. Allz tof, dacht ik dan. Toen ik kennismaakte met mijn gezin voor twee weken veranderde dat gevoel even, want die mensen waren zo ongelofelijk lief en gastvrij. Ze spraken wel enkel Spaans, waardoor ik mijn Spaans ineens in sneltempo moest verbeteren. Hoewel ze zeiden dat ik al “bastante” sprak. Niet genoeg voor mij natuurlijk! Op het project dat op 10 minuten lopen van mijn huis was, moest ik telkens van 9am tot 5pm zijn. Dit hing echter na 2 dagen mijn botten uit, omdat ik gewoon activiteiten moest voorbereiden voor het komende jaar. Ik zat dus heel de dag voor de computer. Het was een Learning Center waar kinderen konden komen lezen of de computer gebruiken. In de zomer organiseerden ze dan vaak kampen, maar niet in de periode dat ik daar was. Na een babbel met de directeur was het goed dat ik maar tot 2pm werkte en dan van de omgeving kon genieten of mijn mama kon helpen in het huishouden. Aan het project was een hotel verbonden met een buitenzwembad. Na een paar dagen vond ik zo mijn draai en ging ik van 8am tot 9am zwemmen, dan naar het project en namiddag hielp ik dan waar ik kon, thuis of toch nog op het project. Uiteindelijk heb ik bijna heel de Engelstalig bibliotheek hergeorganiseerd. Niemand leest die echter, want ze kunnen hier bijna geen Engels. Het leven was echter nooit saai. Na een week vertrok een van mijn c-workers en mijn mama ging een feestje organiseren. Vééél eten en ook de nodige alcohol, zoals het moet, zal ze gedacht hebben. Mijn tico broer volgde dansles en heeft mij ook weer aan het dansen gekregen. Na 2 weken was ik echt goed weg met de bacchata en salsa. Jammer genoeg vergeet je dat zo snel. Mijn mama was tijdens feestjes (jaja, ik heb ook mijn afscheidsfeestje gekregen) ons altijd aan het aansporen om te dansen, waarbij ze mij ook altijd tips gaf om het te perfectioneren. Zoals haar dansen lukt denk ik enkel met latinabloed. Het weekend had ik helemaal vrij en daarvan heb ik gretig gebruik gemaakt door een raftingtour te boeken. Door mijn project kreeg ik ook nog eens een fikse korting. Toevallig zat ik in de boot met nog twee Vlamingen en dan natuurlijk de leider van de raft. Nadien zeiden de Vlamingen nog: Ocharme meiske, gij hebt er goed van langs gekregen. En ja, inderdaad. De leider heeft mij 2 keer in het water geduwd tussen twee stroomversnellingen in, zat constant water op mij te splashen en heeft mij kunnen overtuigen om één keer een stroomversnelling uit de boot naar beneden te dobberen. Van al dat water en jezelf terug in de raft te trekken was ik echt doodop na die tocht. Maar wow, wat een ervaring! Ook die twee weken waren snel voorbij. Weer afscheidnemen. Maar voor ik ging moest ik van mijn mama nog één van haar kippen doden. Ze zei dat dat een traditie was en dat elke vrijwilliger dat moest doen voor hij/zij ging. Ik hield echter bij hoog en laag vol dat ik dat niet ging doen. Toevallig heb ik mij dan op de dag dat ze dat ging doen overslapen, waardoor ze het zonder mij gedaan heeft. Hmm, vond ik totaaaaaaaaaal niet erg. Kippendoden is mijn ding zo niet. But, no hard feelings. Ik was altijd hartelijk welkom als ik terug op bezoek wou komen. Ja, op die twee weken had mijn familie redelijk goed leren kennen en ook de buren zeiden al goeiedag als ze mij tegenkwamen. Dus dat dorpje zal toch altijd iets speciaals blijven voor mij. Maar niet getreurd, want er wachtte mij een week Nicaragua met Kaija. Dat is echter voor mijn volgende blog. Dan vertel ik iets meer over mijn kleine cultuurshock in Sarapiqui en het machogedrag van de mannen hier.


Dit zijn mijn 6 weken project. 3 totaal verschillende projecten, met 3 totaal verschillende ervaringen. Sommigen verklaarden mij zot toen ik zei dat ik ging werken en er nog voor ging betalen ook, maar wat ik op die 6 weken geleerd heb, is ONBETAALBAAR. Het is maar dat je het weet.

Mijn periode in Costa Rica zit er bijna op, ik heb nog 2 weken om vrij te reizen. Aangezien ik eigenlijk al bijna heel het land gezien heb ik besloten nog een extra week in één van mijn projecten te doen. Rara, welk zou dat zijn? 

woensdag 23 oktober 2013

Queque & vulkanen

Vorig weekend besloten we eens 'budgetvriendelijk' een weekendje thuis te blijven om San José zelf te verkennen.Oké, vrijdag eens lekker uitgeslapen en dan in de namiddag zouden we het centrum nauwer verkennen. Na onze uitstap van vorige week naar het nationaal theater zou dat al wat vlotter moeten gaan. Toen hebben de locals ons namelijk van de ene kant van de stad naar de andere kant gestuurd.... én terug! Het zit hier zo, de mensen zijn hier zo vriendelijk dat je altijd willen helpen, ook als ze niet weten hoe. Dus zeggen ze gewoon maar iets wat ze denken, of zelfs niet denken. Een échte hulp is dat natuurlijk niet. Het concert in het nationaal theater was trouwens super. Van koren met kleine Ninos tot koren met bejaarden. De laatste groep blijft echter mijn favoriet. Een enorme groep jonge mensen met kleurrijke kledij en blote voeten, mét een marimba. Het bleek nadien de typische muziek van de provincie Guanacaste in het Noordwesten van Costa Rica. Wat een spektakel zeg! Daar wil ik zeker en vast ook eens naartoe.

Anyway, de verkenning van het centrum verliep vlotjes. Heb in een tweedehandswinkel nog een broek op de kop kunnen tikken voor 3euro. Beetje toeristische dingen bezoekt, zoals het gele huis om vervolgens op de Avenida 7 in een folklore winkeltje binnen te lopen, waar we spontaan een hele uitleg kregen over de inheems bevolking. Bleek dat ze voor 60 dollar ook een uitstap en overnachting bij die mensen organiseren. Let wel op, ik heb de organisatie nog eens opgezocht en ze zijn echt wel gekend voor hun ecotoerisme en daarmee meen ik dat ze de cultuur en tradities van de inheemse bevolking respecteren. Dat is toch wel belangrijk. Misschien dat ik dat in Januari nog ergens doe.
Na de verkenning wouden we nog queque (cake) gaan eten. We kozen onze stukken, zetten ons neer en keken rond tijdens het nemen van de eerste hap. Iedereen die daar zat was minstens het driedubbele van ons. Mijn honger was over. Maar niet alleen in de lokale bakkerij, maar ook de straat loopt vol met mensen met minstens 3 serieuze vetrollen, die dan ook nog eens duidelijk zichtbaar zijn onder hun veel te strakke kledij. Mijn toekomst als ik hier nog 2 maanden blijf is duidelijk.

De enige oplossing is natuurlijk.. sporten! Dus wij op zondag onze wandelschoenen aan, want we gingen naar de vulkaan in de buurt. Nu ja, er zijn er meerdere, dus wij diegene gekozen die het makkelijkste bereikbaar is, of dat dachten we toch... voor we in totaal 6 bussen op een dag genomen hadden. Een stevige wandeling hebben we jammer genoeg ook niet gekregen, maar een prachtig open zicht op de vulkaan des te meer.

Een goedkoop weekend was nodig, want volgend weekend hebben we met een groepje een tour naar Tortuguero geboekt, mét hotel en alle maaltijden inbegrepen. Tortuguero staat bekend als broedplaats van verschillende soorten schildpadden en zijn bereikbaarheid met boot. Ik heb er zin in. Maar eerst nog eens een avondje uit vanavond!

Mijn vrijwilligerswerk is ook bevestigd, dus daar ga ik maar eens een kaartje voor maken. Elke twee weken ga ik namelijk ergens anders zitten. Ik begin mijn vrijwilligerswerk in de buurt van Tortuguero. Hier zal ik waarschijnlijk 's nachts moeten patrouilleren bij de schildpadjes en het twee weken zonder internet en elektriciteit moeten stellen. Ik zie dat echter helemaal zitten! Ik word hier veel te hard verwend.

Allez, ik ga maar eens ontbijten, met vers fruit, verse Costa Ricaanse koffie en een lekker broodje of pannekoeken....

Saludos!

dinsdag 15 oktober 2013

Allemaal beestjes y más...

In vergelijking tot mijn Erasmusjaar, waar ik constant van het ene feestje naar het andere event crosste, is mijn leven hier lang niet zo bruisend. Ik ga elke dag naar school van 9 tot 3, doe erna nog een enkele activiteiten mee op school en zorg dan dat ik voor het avondeten om 6 thuis ben. Daarna huiswerk maken en reisjes voorbereiden, om tenslotte als een blok in slaap te vallen. Ambiance no? Langs de andere kant is het leven hier zo vrij van stress en zo puur, dat ik eigenlijk niet meer nodig heb. La pura vida is hier niet enkel een uitspraak, maar ook een levensmotto en mantra.

In ieder geval begint het leven mij hier serieus te bevallen. Het is hier winter en toch stijgt de temperatuur hier om 7u 's morgens als snel tot 27graden. In België liggen we dan al lang te puffen en te plakken, maar hier loop ik 's morgens in een lange broek naar school. Sommige locals lopen hier rond met een sjaal of een dikke trui. Aja! Het is toch winter! Eind november wordt het hier zomer, dat betekent meer dan 30graden all day round. Hmm geef mij toch maar winter.

Maar natuurlijk, van al die lange broeken was ik nog steeds een bleekscheet hier. Daar moest maar eens verandering in komen. Dus trok ik met Ijeoma en Aquelina naar het strand. Na een prachtige busrit van 3u kwamen we aan in Manuel Antonio. De hostel bleek dik in orde, met gratis koffie (overal hier! <3) en een superlieve eigenaar. Na een verfrissende smoothie, was het hop bikini aan en richting playa. Het was echter al namiddag en de bevolking nam toe, dus veel zon hebben we niet gezien aan ons playa, maar een warme oceaan des te meer. Gelijk badwater, zeg ik u! Ijeoma en ik hadden ook onze eerste aanvaring met een verradelijke stroming. Gelukkig konden we nog staan en terug naar de kust krabbelen, want anders kan je blijven zwemmen en geen meter vooruitkomen. Que aventura! Daarna wouden we de kust verkennen en gingen we op wandel. Plots, een heleboel capuchin aapjes (zo met een witte bril)  in een boom. Cocosmelkje erbij, aja, want we zijn op vakantie!

Eerst nog eens lekker onder de buitendouche (zaaaaalig). Daarna lekker buikje vol gegeten met zicht op zee (oceaan). Uitgaan zat er niet echt in, want het dorpje Manuel Antonio betekent niet veel en het is geen hoogseizoen, dus dan maar slapen. Eerst nog even schrikken van de gekko die op het plafond zit, dan licht uit, vervolgens horen we Aquelina gillen omdat er in het donker een vlinder op haar was komen zitten. Dieper in de nacht maak ik dan nog eens iedereen wakker door plots "scorpio" te roepen. Ik was inderdaad aan het dromen dat er een scorpioen in mijn bed zat. Welke Nederlandstalige zegt dan "scorpio"?! Na een stevig (en dan bedoel ik echt stevig) ontbijt voor slechts 3euro (!) gingen we op weg naar het park. Direct bij de ingang werden we aangesproken door lokale gidsen die ons de beste foto's van alle beestjes beloofden als we hen zouden laten gidsen. Pero, no tenemos dinero... dus geen gids. Slim als we zijn, stopten we gewoon telkens als er een groep met gids ergens stopten en keken mee met hen. Gespot: kleurige krabben, mama hert en bambi, aapjes, wasberen en veel hagedissen. Brulapen hebben we gehoord, maar niet gezien, die zitten veel te hoog. Tijdens het zwemmen in zee hadden we ook steeds het gezelschap van een pelekaan. Prachtig! Natuurlijk is er in dat park ook een prachtig strand met mooi aguablauw water en perfecte golven. We wisten echter niet dat we er ook konden zwemmen, dus bibi had haar zwempak niet bij. Terugkeren was geen optie. Heb zwaar overwogen om er niet gewoon in mijn ondergoed in te duiken, maar er waren te veel mensen. Ik weet niet hoeveel die mensen hier gewoon zijn.... ^^ Dan maar in de namiddag naar het strand van het dorpje zelf. 'S avonds de laatste avond gevierd met een pina colada. Het was dat of een mono loco (=gekke aap). Smaakt eens zo lekker hier. Conclusie, een superweekend, op de busrit terug na, waar we wat problemen met de tickets hadden. Maar een beetje aventura hoort erbij. Plus, een goede oefening voor mijn Spaans! Mijn vriendinnen hebben bovendien aan het park tientallen steken van dazen overgehouden, ik geen enkele, dus ik weet dat mijn deetmiddel werkt. Hip hip hoera voor A.S. adventure!

Anyway, gisteren was het hier de verjaardag van mijn abuelita (oma). Ze werd 80 jaar (ze ziet er 60 uit) en had mij beloofd dat we flink zouden dansen. Dat is er uiteindelijk niet van gekomen, maar we hebben wel met een heleboel vrienden van de familie flink gegeten (waaronder een soort van ijskoude cake) en sangria gedronken. Heb er super van genoten en mi abuelita zeker ook! Zo een kranige madame. Had er laatst nog een high five van gekregen. :D

Voor de rest zal het morgen de eerste keer zijn dat ik 's avonds ga uitgaan. De vader van een vriendin gaat in het Teatro Nacional zingen en we gaan er met een groepje naar toe. Het moet een heel mooi gebouw zijn vanbinnen. Mijn leerkracht heeft mij ook een vegetarisch restaurant aangeraden in de buurt ervan en dat ga ik morgen eens met een Duitse vriendin uitproberen. Ik eet hier bijna elke dag carne o pollo en het begint mij nu al een beetje tegen te steken. Het smaakt mij gewoon niet meer. :s Ik heb deze week elke dag een uur privéles van mijn leerkracht ( puur toeval hoor) en ik gebruik dit uur om vanalles te weten te komen. Zo heb ik daardoor vandaag ook ontdekt dat er een kleine cinemake in de stad is met alternatieve films uit Chili etc. Dat ga ik zeker eens uitchecken. Ook hebben we het gehad over de rechten van Costa Ricaanse vrouwen. Muy interesante! Verder is het morgen ook de dag dat ik mijn projecten voor mijn vrijwilligerswerk moet indienen. Als ik bevestiging krijgen, zal ik in mijn volgende blog meer uitleg geven over wat en waar. Midden december heb ik ook alvast een week Nicaragua ingepland met een groepje om mijn visum te vernieuwen.

Ik hoor hier ook net super veel geschreeuw buiten, dus ik denk dat Costa Rica net gewonnen heeft tegen Mexico bij het voetbal. Olééé!

Adiós amigos!

dinsdag 8 oktober 2013

Vetmesten en andere dingen tipico costarricense

En mijn vriend Winand zich maar zorgen maken dat ik hier geen eten zou krijgen... Integendeel! Ik zit hier precies op hotel. Elke morgen sta ik op, schuif ik mijn voeten onder tafel, tot hiertoe hetzelfde als in België, maar dan... elke morgen wacht er op mij een kommetje met vers gesneden fruit (mango, papaja, ananas, kiwi, appel... alsof uit de tuin geplukt), een glas fruitsap, verse koffie en een ontbijt zelf, dat dag tot dag verschilt. De eerste dag kreeg ik een stapel american pancakes met maple sirup waar ik een week van kan leven. Deze ochtend waren het drie tortillas con queso y tomate. Gelukkig begint mijn mama het hier te snappen dat ik niet zo veel eet en maakt ze mijn portie net iets kleiner. Ook 's avonds is het een heel bord vol, met postre (dessert). Gebakken banaan gisteren, niet echt mijn favoriet, maar slecht is het ook niet.

Iets anders zeer costa ricaans is el trafico. Zot, zot zeg ik u! Ik heb nu al twee dagen de bus naar school genomen. Vandaag voor de eerste keer alleen. Het systeem werkt zo: er rijden constant bussen voorbij en de truc is om goed te kijken welke richting er vooraan op staat en dan maar hopen dat je de juiste genomen hebt. Geen buslijnen, nummers, nada. Om aan mijn bushalte te komen moet ik ook een grote weg oversteken, zonder zebrapad. Het is dus telkens rennen voor uw leven. ik wacht meestal tot er een Costa Ricaan oversteekt en die loop ik dan achterna. Morgen ga ik echter voor de eerste keer te voet naar mijn school. Ik denk zelfs dat ik sneller daar ben dan met de bus. Zo is het elke dag een stapje verder. De stad werkt namelijk nogal intimiderend. De eerste dag ben ik heen en terug naar school gegaan met mijn mama tica. Verder dan de schoolpoort en mijn huis ben ik niet geweest. Vandaag ben ik met vrienden naar school gereden met de bus en alleen teruggekomen, én naar de supermarkt geweest om de hoek van de school. Morgen wil ik te voet naar school gaan en langs de bank gaan, want mijn colones zijn op. Bovendien gaat het hier van klaarlichte dag om 17u naar pikkedonker om 17u30. No kidding. En als het donker is wil je hier liever niet meer rondlopen. Voorlopig hoeft dat ook niet, want ik ben gisteren als een 10-jarige (mijn nichtje gaat nog later slapen) om 21u gaan slapen. Pompaf.

Nog zo iets typisch is de kledij. Hier zie je niemand van de inwoners met een short of dergelijk rondlopen. Allemaal een lange broek of legging. Short = toerist. Dus zit ik in de voormiddag altijd te puffen. Gelukkig begint het namiddag steeds megahard te regenen en koelt het af. Regenseizoen, je snapt dat niet tot je het gezien hebt. De eerste dag was ik mijn regenjas vergeten. Eerste én laatste keer!

Met het Spaans gaat het steeds beter. Ik leer elke dag super veel bij en voel ook echt dat communiceren met mijn mama tica steeds beter gaat. Mijn Amerikaanse zussen zijn er gelukkig ook om te helpen als ik iets niet gezegd krijg. Elke dag heb ik 5 uur Spaanse les en die zijn echt wel gezellig. We hebben een klasje van 4 personen. 2 Amerikaanse meisjes, ik en een Belgische jongen uit Gent. Op school is er GRATIS koffie en kook- en danslessen. Vandaag heb ik aan de salsales meegedaan, erna kwam ik nog maar net buiten toen iemand naar mij wees en zei: "She speaks german". Hoppa, werd ik daar toch wel niet stante pede tot tolk gepromoveerd voor een Zwitsers meisje dat tegen iemand van de school wou uitleggen dat ze haar programma wou veranderen. How did they know?! 45 minuten Engels-Duits tolken zonder notitieboekje na 5u spaanse les en 1u dansles was een uitdaging. Maar ik ben blij dat ik haar heb kunnen helpen. Nu ben ik blij dat ik toch weer op mijn bedje zit en kan gaan slapen, want morgen wordt het weer een drukke dag, donderdagavond ga ik misschien voor de eerste keer uit met andere studenten (spannend!) en vrijdag vertrek ik voor een weekend naar Puerto Limon aan de kust, waar er een groot festival is. Het is een soort carnaval om de landing van Cristobal Colombo te vieren in 1502. Het moet een ongelofelijk spektakel zijn, dus ik kijk er al naar uit. Maar voor de fiesta moet er eerst nog huiswerk gemaakt worden. Dus voy a estudiar.

Ps: liefste Isabelle, ik voldoe momenteel niet aan je eisen en heb nog niet zo veel foto's kunnen maken, omdat ik mij nog niet genoeg op mijn gemak voel om als een toerist mijn camera boven te halen. Maar geen nood, je krijgt je foto's. De kleuren van de huizen en planten zijn hier prachtig! Er groeien citroenen in mijn tuin. ^^
Ps2: Vandaag een Duitse tegen mij: "Hey, you look german!". Lap, daar hebben we het weer. Maar hé, volk zoekt volk zeker?


Muchos besos!