donderdag 16 januari 2014

Zeg nooit "moreno" tegen een "negro"

DUS (ik ben even te lui voor een lange introductie), de voorlaatste week in Costa Rica ben ik teruggegaan naar mijn project in Montezuma. Hoewel ik in deze hele week geen enkel schildpadje heb kunnen vrijlaten, had ik toch een supertoffe week. Bij oudejaarsavond hebben we het gezellig gemaakt met een BBQ en een beetje (voor sommigen te veel) alcohol. De Costa Ricaanse drank “cacique” heeft er met zijn 30% voor gezorgd dat zelfs nog voor het eten iedereen al aan het dansen was op de meest foute muziek. Door de volle maag, de drank en de lange nachtshiften heeft uiteindelijk bijna niemand (behalve de persoon die nachtshift had)  middernacht gehaald, wat op zich ook wel grappig is. Op het einde van de week was ik natuurlijk weer meer dan bronzé en met een extra laagje kleur, een prachtige ketting van Jenn (de manager assistant) en tal van borden rijst met bonen in het buikje trok ik eropuit in mijn eentje voor mijn laatste week in Costa Rica. Iedereen zat in projecten en eigenlijk vond ik het wel eens fijn echt gewoon lekker eens te kunnen doen wat ik wou. Om het wat sneller te laten gaan had ik een speedboat geboekt. Zon op het bolleke, wind in de haren en een uur later stonden we in Jaco. Zonder speedboat hadden we er úren over gedaan. Vandaar begon mijn reis naar Uvita ofwel het nationaal park van de walvissen. Uiteindelijk heb ik geen walvissen gezien, want een boottocht was 70 dollar en de kans op walvissen was op dat moment klein, maar teleurgesteld was ik zeker niet, want ik heb ontdekt dat alleen reizen helemaal niet hoeft te betekenen dat je ook echt alleen bent. Van die hele week dat ik alleen gereisd heb, was ik enkel alleen als ik slapen ging. Als ik mij ook maar ergens neerzette werd ik aangesproken, als ik mijn gezicht in de keuken durfde te tonen, werd er mij eten aangeboden. Zette ik mij op de bus neer, zat ik toevallig langs een Belg. Telkens nieuwe mensen met hun eigen verhalen. Ik vond het geweldig!
Na Uvita ben ik doorgereisd naar San Gerardo de Rivas. Dat is het dorpje aan de voet van de hoogste berg van Costa Rica, de Cherripo. Het zat al langer in mijn hoofd om er naartoe te gaan en ik kreeg niemand mee, dus keikop als ik ben ging ik gewoon alleen. Ik wist dat ik niet genoeg tijd ging hebben om de top te bereiken, want daar moet je minstens 3 dagen voor uittrekken. 1 om je ticket te bemachtigen, 1 om de basecamp te bereiken en 1 om naar de top te gaan en terug naar het dorp. Direct na aankomst raakte ik aan de babbel met een tica wiens man de top wou bereiken en terugkeren in één dag. Zot dacht ik, tot ze een paar minuten later een berichtje van hem kreeg dat hij op de top was, om 10u45. Hij was om 3u ’s nachts vertrokken… Hij bleek wel heuvels op te rennen in zijn vrije tijd. Ik dacht even, heel even, dat ik dat ook zou kunnen, maar dat plan heb ik laten varen, omdat ik dan in het donker aan de klim moest beginnen. De volgende dag ben ik dus pas om 6u gestart en heb er 5u overgedaan om tot in de helft te raken. Om de top te bereiken alleen al had ik dus een hele dag nodig. Toch was ik super tevreden over mijn prestatie en later hoorde ik ook van iemand anders dat de kerel in de hostel mij prees omdat ik zo slim was om te stoppen en terug te keren toen ik merkte dat het niet ging lukken, terwijl sommigen toch doorgaan en in het donker vast komen te zitten. De prestatie heb ik wel nog meer dan 3 dagen in mijn benen mogen voelen. Amai, mijn botten!
Eens terug in San José was het tijd om mijn rugzak te pakken en afscheid te nemen van mijn vrienden in Costa Rica en waar kan je dat beter, dan bij de Cubaan. Dank je Ijeoma, Aquelina, Véronique en Natalie voor de supergezellige avond! De volgende dag bracht Glen, de gastpapa van Aquelina, mij naar de luchthaven en lief als ze zijn, zijn Iljeoma en Aquelina meegekomen om mij uit te zwaaien. Het afscheid viel niet zo zwaar, want ik weet zeker dat ik hen nog zal terugzien. Ook het afscheid van Costa Rica was niet zo moeilijk, want na 3 en halve maand had ik echt wel alles gezien. Ik was klaar voor een nieuw avontuur en dat heb ik gekregen ook.

De eerste dag heb ik mij al moeten kwaadmaken op de coördinatrice van het vrijwilligerswerk, omdat ik gewoon een project toegewezen kreeg voor 3 maanden en er totaal geen zeggenschap in had. Als ik wou veranderen moet ik afhankelijk van het project 100 tot 600 dollar bijbetalen. Maar niet met mij hoor! Ik had al zoveel aan WEP betaald. Dus heb ik verkregen dat ik 2 projecten mag doen, zonder te betalen. Het liefst zou ik op de Galapos eilanden zelf gaan werken, maar dat kost zo’n 2000 dollar. Het project waar ik nu in werk is echter ook echt goed. Het vangt kinderen op uit probleemgezinnen en ’s middags komen ze dan bij ons eten en maken ze hun huiswerk. In het begin zijn ze wat terughoudener, maar na een weekje beginnen ze je toch langzaamaan te kennen. Voormiddag koken we dus altijd samen met kokkin, dan hebben we twee uur pauze en dan werken we nog tot 5pm. Namiddag poetsen we vaak of werken we in de stadstuin waar de kokkin aardappelen en andere groenten aanbouwt voor het middageten. Gisteren hebben we het onkruid tussen de quinoa-planten mogen uittrekken. Klinkt gek, maar ik vond het echt nog een leuk werkje. Misschien omdat ik in België zelf vaak met quinoa kook. Ondertussen heb ik toch al veel bijgeleerd hoor, onder andere dat avocado’s in bomen groeien en ananassen als kolen uit de grond komen. Tussen het werken door zijn de Belgische Marie en ik ook bevriend geraakt met de twee andere Ecuadoriaanse vrijwilligers, Jess en Steffi, en morgen gaan we met hen uit. Ik ben benieuwd! Zondag hoop ik ook naar de op één na hoogste berg/vulkaan van Ecuador te gaan, namelijk de Cotopaxi van meer dan 6000m hoogte. Een muts is alvast gekocht. Dus plannen, plannen, plannen, maar vooral ook genieten. ;)

Grappige anekdote: Ik had gehoopt dat het naroepen zoals “Hey baby” en zo in Ecuador minder ging zijn dan in Costa Rica, en even leek het ook zo tot er een kerel aan Marie en mij voorbij liep en iets zei dat ik niet verstond en Marie werd keirood en begon te lachen, bleek die kerel gezegd/gevraagd te hebben: “Hacemos un trio?!”
Ps: de titel verwijst naar het feit dat Zuid-Amerika weldegelijk iets totaal anders is dan Centraal-Amerika. In Costa Rica noemden ze zich moreno (koffiekleurig) en in Ecuador is dit eerder negatief. In Ecuador noemen ze zich negrito's. Je moet het maar allemaal weten!

Saludos de Quito!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten